Draai je tablet om verder te gaan.
WEB_24ZKIJ94_Haarlem_A1-A2 lang_ochtend_Heidi Uitloggen

Grammaticatrainer

2.10 het werkwoord mogen

1

Luister naar de woorden.

Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

2

Luister naar de zinnen.

Wat hoor je?

11 van de 11 goed.
Opnieuw invullen

3

Luister naar de zinnen.

Kies het goede antwoord.

... ik een kilo appels?

We ... niet praten.

Je ... alles vragen.

... je hier bellen?

U ... hier even wachten.

Jullie ... hier even wachten.

Hij ... zelf naar school lopen.

Ze ... zelf naar school lopen.

Ze ... tv kijken.

Je ... mijn computer gebruiken.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

4

Luister naar de zinnen.

Kies het goede antwoord.

Mag ... een kilo bananen?

... mogen in de klas niet bellen.

... mogen in de klas niet eten.

... mag naar huis gaan.

Mag ... je telefoonnummer hebben?

... mogen tv kijken.

... mag mijn auto gebruiken.

... mag mijn fiets gebruiken.

... mag uw naam en adres opschrijven.

Mag ... hier bellen?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

5

Lees de zinnen.

Kies het goede antwoord.

Adam is op school. Hij ... op de computer werken.

... ik een kilo appels en een kilo bananen?

Layla is op school. Ze ... op de computer werken.

De kinderen zijn klaar op school. Ze ... naar huis.

... we iets vragen?

Je ... in de klas niet eten.

... je de fiets van Anna gebruiken?

U ... bij de kassa afrekenen.

Jullie ... bij de kassa afrekenen.

... ik je telefoonnummer hebben?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

6

Lees de zinnen.

Welke zin is goed?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen
Wat is de regel?

Dit is de regel:

 

mogen

 

één persoon meer personen
   
ik mag   we mogen
   
je mag   

mag je?

jullie mogen
u mag  
   
hij mag ze mogen
ze mag   

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.