Draai je tablet om verder te gaan.
WEB_24ZKIJ94_Haarlem_A1-A2 lang_ochtend_Heidi Uitloggen

Grammaticatrainer

2.9 het werkwoord kunnen

1

Luister naar de woorden.

Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

2

Luister naar de zinnen.

Wat hoor je?

11 van de 11 goed.
Opnieuw invullen

3

Luister naar de zinnen.
Kies het goede antwoord.

Ik ... niet slapen.

We ... niet slapen.

Je ... maandag een afspraak maken.

... je even wachten?

U ... Nederlands spreken.

Jullie ... goed schrijven.

Hij ... zelf boodschappen doen.

Ze ... goed luisteren.

Ze ... goed koken.

Je ... niet eten.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

4

Luister naar de zinnen.

Kies het goede antwoord.

... kan niet goed schrijven.

... kunnen vanavond komen.

Kunnen ... boodschappen doen?

... kan niet werken.

Kan ... vanmiddag boodschappen doen?

... kunnen niet komen.

... kan niet wachten.

... kan niet komen.

... kunt een afspraak maken.

Kan ... vanavond komen?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

5

Lees de zinnen.

Kies het goede antwoord.

Adam ligt in bed. Hij ... niet slapen.

... ik de dokter spreken?

Layla heeft hoofdpijn. Ze ... niet komen.

Ali en Layla zijn ziek. Ze ... niet reizen.

We zijn in de supermarkt. We ... brood kopen.

Je ... op het station inchecken.

... je vandaag een afspraak maken?

U ... goed luisteren. Dat is fijn.

Jullie ... hier even wachten.

Je bent ziek. Je ... niet eten. 

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

6

Lees de zinnen. 

Welke zin is goed?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen
Wat is de regel?

Dit is de regel:

 

kunnen

 

één persoon meer personen
ik kan    we kunnen
   
je kan jullie kunnen
kan je?  
u kunt  
   
hij kan  ze kunnen
ze kan    

 

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.