Draai je tablet om verder te gaan.
WEB_24ZKIJ94_Haarlem_A1-A2 lang_ochtend_Heidi Uitloggen

Grammaticatrainer

12.1 klein, kleiner, kleinst

1

Luister naar de zin. 

Lees de zin.

Kijk naar de plaatjes.

 De sinaasappels zijn goedkoop.

24_1_A

 De bananen zijn goedkoper.

24_1_B

 De appels zijn het goedkoopst.

24_1_C

 Het huis van Anna is klein.

24_1_2_A

 Het huis van Julia is kleiner.

24_1_2_B

 Het huis van Sarah is het kleinst.

24_1_2_C

2

Luister naar het woord.

Lees het woord.

Kijk naar de plaatjes.

 

 

warmst

24_2_1_C

warmer

24_2_1_B

warm

24_2_1_A

 

 

 

groot

24_2_2_A

groter

24_2_2_B

grootst

24_2_2_C

3

Luister naar de zin. 

Lees de zin.

Kijk naar de plaatjes.

 De man is kleiner dan de vrouw.

24_3_A

 

 De man is dikker dan de vrouw.

24_3_B

 

 De man is ouder dan de vrouw.

24_3_C

4

Luister naar de zin. 

Lees de zin.

Kijk naar de plaatjes.

 Het kind is het kleinst.

24_4_A

 

 De trein is het snelst.

24_4_B

 

 De taart is het lekkerst.

24_4_C

5

Luister naar het woord.

Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

6

Luister naar de zin.

Kies het goede antwoord.

De kaas is ... de worst.

Het is om 12 uur ... om 9 uur.

De vis is op de markt ... 

Het weer is ...

Wat vind je ... ? Kip of vis?

Ik vind koffie met melk ...

Mijn vader is ... mijn moeder.

Rijst is ... dan patat.

Welk meisje vind je ...

Het is vandaag ... in de stad.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

7

Luister naar de zin.

Zet de woorden op de goede plaats.

Ik ben kleiner dan Mohammed.

Mijn zusje is het kleinst.

Ik ben rustiger dan  mijn broer.

De trein is sneller dan de fiets.

De rode auto is het mooist.

De twaalfde verdieping is hoger dan de tiende verdieping.

Een huis is duurder dan een auto.

Koffie met melk is het lekkerst.

De zomer is warmer dan de winter.

Een bank is groter dan een stoel.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

8

Lees de zinnen.

Kies het goede woord.

Taart is ... dan brood.

Mijn vader is 40 jaar. Zijn broer is 35 jaar. Mijn vader is dus het ...

Mijn vader is 40 jaar. Zijn broer is 35 jaar. Mijn vader is dus ... dan zijn broer.

Welk eten vind je het ...

Vind je vis ... dan vlees?

De trein is ... dan de bus.

De vis is erg ...  Dat is niet lekker.

De Aldi is ... dan de Albert Heijn.

Mayonaise is heel ... 

Ik ben ... dan mijn zus.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

9

Lees de woorden.

Zet de woorden op de goede plaats.

Een citroen is kleiner dan een sinaasappel.

Een snoepje is zoeter dan een boterham.

De winter is kouder dan de zomer.

Thee met suiker is het lekkerst.

Thee zonder suiker is het gezondst.

Een auto is duurder dan een fiets.

Een dorp is kleiner dan een stad.

De baby van Anna is het leukst.

Een voetbal is groter dan een citroen.

De keuken van Julia is het mooist.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen
Wat is de regel?

Dit is de regel:

Anna is mooier dan Julia, maar Layla is het mooist.
Adam is kleiner dan Mohammed, maar David is het kleinst.

 

Wat vind je mooier? Een rode auto of een zwarte auto?

Ik vind een rode auto mooier.

 

mooi mooier (dan)     het mooist
klein kleiner (dan) het kleinst

 

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.