Draai je tablet om verder te gaan.
WEB_24ZKIJ94_Haarlem_A1-A2 lang_ochtend_Heidi Uitloggen

Grammaticatrainer

5.2 de, het, een

1

Luister naar het woord.

Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

2

Luister naar de zin.

Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

3

Luister naar de zin.

Kies het goede antwoord.

We hebben ... grote tuin.

David gaat morgen naar ... markt.

Ik woon in ... drukke straat.

Ik vind ... huis van Sofia mooi.

Woon je in ... groot of klein appartement?

Wil je ook ... biertje?

Bus 5 stopt in ... Kerkstraat.

... centrum van Den Haag is mooi.

Mohamed heeft ... nieuwe keuken.

9 van de 9 goed.
Opnieuw invullen

4

Luister naar de zinnen.

Kies het goede antwoord.

Anna heeft ... dochter. Haar dochter heet Sarah.

Sarah woont in een flat. ... flat is niet groot.

Wil je ... koekje bij de koffie?

Ze schrijft een e-mail. ... e-mail is voor haar broer.

Anna heeft een kind. ... kind heet John.

Layla koopt ... pond tomaten op de markt.

... kinderen van Ali gaan naar school.

We hebben ... kleine tafel. De tafel is oud.

John eet nooit ... sinaasappel.

... ouders van Sofia zijn oud.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen
Wat is de regel?

Dit is de regel:

 

Weet je nog niets? Gebruik ‘een’.
Heb je al informatie? Gebruik ‘de’ of ‘het’.
   
nieuwe informatie je hebt al informatie
een huis het huis
een banaan de banaan
een kind het kind
   
Ik heb een huis. Het huis heeft drie kamers.  
David eet een banaan. De banaan is lekker.  
Layla heeft een kind. Het kind heet Mohamed.  

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.