Draai je tablet om verder te gaan.
Sluiten User Name

Test - Thema 3 Hoe gaat het?

Testresultaten

98% goed.

Gefeliciteerd! Je hebt de test héél goed gemaakt.


Vraag 1

Luister naar de zin.
Lees de zin.
Kies de goede reactie.

Hoe is het?

Het is een makkelijke baby.

Wat drink je zelf?

Wil je iets drinken?

Wat wil je? Koffie, thee?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 2

Luister naar de zin.
Lees de zin.
Kies de goede reactie.

Slecht weer, hè?

Hoe is het met je moeder?

Hoe gaat het?

Alles goed?

En met jou? Hoe gaat het met jou?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 3

Lees de maanden.
Welke maand is er niet?
Typ de maand.

januari 

februari 

maart

april 

mei 

juni 

juli

augustus 

september 

oktober 

november 

december

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 4

Luister naar de zin.
Lees de zin.
Kies de goede reactie.

Ik heb een nieuwe baan.

Je krijgt nog een uitnodiging.

Ik moet nu naar mijn werk.

Ik bel je nog wel.

Ik ga trouwen.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 5

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik heb het zo druk.

Ik kan niet vanavond.

Vrijdag is er voetbal op tv.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 6

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Sorry, wat zeg je?

Tot donderdag.

Prima, tot dan.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 7

Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.

Kom je bij me kijken?
Hoe laat begint het?
Sorry, wat zeg je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 8

Lees de woorden.
Kijk naar het plaatje.
Wat hoort bij het plaatje?

gefeliciteerd

moet naar werk

opgestoken duim

uitnodiging

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 9

Luister naar de zin.
Lees de zin.
Kies de goede reactie.

Kom je bij me kijken?

Hoe laat begint het?

Kom maar om half twaalf.

Prima, tot dan.

Ik kan niet vandaag.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 10

Lees de zin.
Kies de goede reactie.

Ik ben een beetje ziek.

Beterschap.

Doe je vader de groeten.

Lekker weer, hè?

Alles goed?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 11

Wat hoort bij elkaar?

naar muziek

luisteren

een uitnodiging

krijgen

met iemand

trouwen

benieuwd

zijn

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 12

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

In de maand februari is het koud in Nederland. 

'Ik heb slecht nieuws. Mijn vader is erg ziek.'

Ik ga graag naar mijn werk.

'Je bent jarig: gefeliciteerd!'

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 13

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Ik ontmoet morgen de vriendin van Petros. Ik ben ...!

Het is vandaag ... koud.

Ik ga in ... naar Australië. Het is in die maand warm in Australië.

Mijn dochter trouwt morgen. Dan is het ...

'Kom je ... naar huis? Ik wil eten.' 

'Hoor je het lawaai? Wat ... er op straat?'

'Heb je een nieuw huis? ...!'

Ik heb een beetje hoofdpijn. Ik ben ... niet ziek.

Ik ... de sinaasappel aan het kind. Het kind eet de sinaasappel.

Ik heb een klein huis. Mijn ouders hebben een ... huis.

Ik heb een baan. Ik ben ... blij.

'Ken je al ... op je nieuwe school?'

Ik ben vandaag ... Ik ben nu 28 jaar.

'Je hebt zin in chips. Dat is ... goed. In de keuken zijn chips.'

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 14

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Mijn dochter is twee jaar. Mijn zoon is ... drie.

De sinaasappels zijn ...

Ben je ziek? ...!

Ik bel Rita vaak. We hebben goed ...

Doe je vader ...

Femi ... Nala op straat.

Ik eet vaak chips. Chips zijn ...!

Ik eet graag fruit. Fruit is ...

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 15

Wat hoort bij elkaar?

altijd

nooit

warm

koud

goed

slecht

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 16

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Mijn moeder is oud: 90 jaar.

'Ga maar op de bank zitten.'

'Wat kan ik je aanbieden? Wil je iets drinken?'

'Jij gaat dus naar de markt? Dat is prima!' 

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 17

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

'Werk je graag? Is je baan leuk?'

Ik ga om 8.30 uur naar school. De school begint om 9.00 uur.

Het is 17.00 uur. Ik ga naar huis. Ik ga vanavond voetbal kijken. 

Ik heb het druk. Ik kan niet komen. Dat is jammer.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 18

Lees de zin. 
Sleep het goede woord in de zin. 

'Ik ga boodschappen doen. Ga je mee?'
'Ik ga naar school. Zie ik je op school?'
'Ik drink koffie. Neem jij ook koffie?'
'Doe de groeten aan je moeder.'

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 19

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Het is niet vaak mooi weer in Nederland.

'Ik ga naar school. Jij gaat toch ook?'

Ik heb een leuk huis en een leuke baan. Ik ben tevreden.

In mijn straat is veel lawaai. Dat is niet fijn. 

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 20

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Ik ga ... 10 uur naar de markt.

Mijn ... zijn oud. Mijn moeder is 80 en mijn vader is 85.

'..., ik kan vandaag niet komen. Kan ik morgen komen?'

Ik ben ... met mijn mooie, nieuwe huis. 

'Ik zie je ... zondag? Of is het zaterdag?'

'Wat is er ...? Voetbal?'

Ik ... mijn vrienden uit. Ik ga tv kijken met mijn vrienden.

Mijn kind heeft 6 weken ... En ik moet werken.

'Wat doe je ...? Ga je mee naar mijn moeder?'

Het is 6 uur 's ochtends. Het is ...

'Ik kom graag bij je op bezoek. Morgen ... ik niet, zaterdag wel.' 

Ik kijk graag naar ... op tv.

'De supermarkt is nog een ... open. Ik moet snel gaan.' 

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 21

Lees de zin. 
Kies het goede antwoord.

Mijn vriend heeft ... bij de Aldi.

Ik werk bij Albert Heijn. Ik ... 's ochtends om 8 uur.

Ik heb een makkelijke baby. Ik ben ...!

Mijn nieuwe baan is ... Ik werk van 8 uur 's morgens tot 5 uur 's middags.

Ik drink water en ik ... vlees en groenten.

Jonathan komt bij me op bezoek. Dat is ...

'Sorry, zondag kan ik niet komen. Dat is ...!'

6.45 uur is ... voor zeven.

15 minuten heet een ...

Het is ... Ik ga slapen.

De oude vrouw kan niet goed ...

Ik heb geen kinderen. In mijn huis is geen ...

Je hebt een ... huis. Gefeliciteerd!

Ik kijk met mijn vrienden naar ... op tv.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 22

Wat hoort bij elkaar?

de vriend

de vriendin

de week

de maand

de moeder

de vader

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 23

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Wil je melk en suiker in je thee?

Ga je naar boven? Ga je slapen?

Mijn vriendin heeft een baby van twee maanden.

Ik drink geen koffie en thee. Ik drink graag water.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 24

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Geef je de boodschappenlijst aan mij? Dan ga ik boodschappen doen.

Gebeurt er iets op straat? Het is zo druk. 

Krijg ik een uitnodiging van je? Ik wil graag op je feest komen.

Ik ga boodschappen doen. Moet ik ook thee kopen?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 25

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Ik ben ... tien jaar in Nederland.

Ik koop ... bij de Lidl: vlees, groenten, brood en fruit.

Ik eet ... vis op zaterdag. Ik eet nooit vlees op zaterdag.

Je bent ziek, hè? ...!

... met mijn vader is goed. Ik praat graag met mijn vader.

Ik eet 's avonds ... vlees. Vlees is duur.

Het gaat ... met mijn kind. 

Het eten is ...

Ik heb ... Ik ben ziek.

Doe de ... aan Anna.

Het is ... in Nederland. Dat is niet fijn.

Het is vandaag ... weer.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 26

Luister naar de zin.
Wat hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 27

Luister naar de zin.
Wat hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 28

Luister naar de maanden.
Welke maand hoor je?
Typ de maand.

februari
april
juni
juli
oktober
december

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 29

Luister naar de zin.
Welk woord hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 30

Luister naar de zin.
Wat hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.