Draai je tablet om verder te gaan.
Sluiten User Name

Test - Thema 6 Met de trein of met de bus?

Testresultaten

95% goed.

Gefeliciteerd! Je hebt de test héél goed gemaakt.


Vraag 1

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Het is koud buiten. Het  is winter.

Obada is moe. Hij kan gelukkig zitten.

Belina denkt aan de zomer. Ze wil graag naar een warm land.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 2

Luister naar de zin.

Lees de zin.

Kies de goede reactie.

Hoe laat gaat onze metro?

Gaan we even naar de Albert Heijn?

Hoe laat zijn we in Brussel?

Bus 137 gaat ook naar het centrum.

We hebben geen fruit meer.

Hoe laat gaat de trein?

Gaat deze trein direct naar Maastricht?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 3

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Mevrouw, mag ik u wat vragen?

Ja hoor, dat kan ik makkelijk uitleggen.

Het park is tegenover ons appartement.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 4

Wat hoort bij elkaar?

Ik zit

lekker droog.

Iedereen heeft

haast.

Ik denk

aan de zomer.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 5

Luister naar de zin.

Lees de zin.

Kies de goede reactie.

Waar ben je nu?

Hé Mohammed, wat is er?

Ben je ziek?

Ik spreek je later!

Wat is het probleem?

Waar ben je? De les begint bijna.

Nu moet ik alleen werken. Wat vervelend!

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 6

Wat hoort bij elkaar?

Het is warm

in de bus.

Net

op tijd!

Het

regent.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 7

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Is de Dirk van de Broek nog open? Ik kijk even op internet.

Hoe laat gaat de trein naar Den Haag? De volgende gaat om 20.00 uur.

De metro gaat over 10 minuten. Die halen we niet meer.

Ik kan mijn tas niet vinden. Wil jij ook even zoeken?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 8

Wat hoort bij elkaar?

Ik kan helaas niet

op tijd komen.

De trein heeft

een uur vertraging.

Ik lig

in bed.

Ik ben

over ongeveer een halfuur op school.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 9

Luister naar de zin.

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Ik ... wel vragen.

... de snackbar?

... daar het park.

Meneer, mag ik ... wat vragen?

Dan ... de eerste straat links.

Dus de hele tijd rechtdoor. ... Dank u!

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 10

Luister naar de zin.

Lees de zin.

Kies de goede reactie.

Zijn we al in het centrum?

Kan ik u helpen?

Weet u waar de ABN AMRO is?

Weet u waar de kaas staat?

Waar is uw appartement?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 11

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

U krijgt helaas geen korting meer.

Hoi, hoe heet je?

Mijn man werkt veel. Hij is vaak moe.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 12

tekenen

rechtdoor

de route

het winkelcentrum

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 13

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Je loopt hier eerst rechtdoor.

De kleine jongen tekent graag auto's en treinen.

Hij drinkt geen alcohol, geloof ik.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 14

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Hij is wat laat in de les.

Mijn ouders sturen nooit appjes.

De trein is vandaag later.

Lieve Linda, wil je iets drinken?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 15

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Hoe laat gaan we weg? ... je me straks?

Ik stuur heel weinig ...

... Carmen, ik kom vandaag wat later.

Heel fijn dat je me wilt helpen.  ... je!

... meneer Janssen,

Ik heb helaas vertraging.

Ik kan ... niet naar de les komen.

... Armin, hoe gaat het met je?

Fijne dag nog! ... groet, Elena

Ik kom wat ... naar het feest.

Wat een leuke ... is het vandaag!

... Valentijn, ik hou van je.

De les begint ... tien minuten later.

Hoe laat gaat de trein? Ik weet het nog niet. Mijn vriend ... straks een bericht.

Waar gaan we naartoe? Kun je me vanmiddag ...?

Onze docent helpt ons goed. Onze docent is heel ...

... Fatima, mag ik je iets vragen?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 16

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Zijn vrouw woont hier niet. Maar hij belt zijn vrouw elke dag.

Hij stuurt zijn vrouw vaak lieve berichten.

Dank je wel voor je goede werk.

Mijn twee dochters teksten iedere dag met hun vriendinnen.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 17

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

De bus is helemaal vol. Hij stopt niet bij de bushalte.

Op vakantie hou ik niet van drukke steden. Ik hou van rustige stranden.

Hij leest 's avonds graag mooie verhalen.

Mijn auto is kapot. Daarom ga ik met de fiets.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 18

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

De bus gaat hier rechtdoor en niet rechtsaf.

Het meisje schrijft de antwoorden op haar werkblad.

De verkoper is heel vriendelijk. Hij spreekt ook heel duidelijk.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 19

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Deze trein gaat direct naar Parijs.

Hij stopt niet op het volgende station.

Veel metro's hebben vertraging.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 20

Wat hoort bij elkaar?

links

rechts

winkelen

winkelcentrum

linkerkant

rechterkant

de uitleg

uitleggen

linksaf

rechtsaf

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 21

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Het is erg druk in de trein. Niemand kan instappen.

De trein heeft vertraging. De mensen stappen snel uit. Ze hebben haast.

Ik ga elke week een keer met de trein naar een vriend in Rotterdam.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 22

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Kun je me uitleggen waar je woont?

Dat moet je niet doen. Dat vind ik niet slim van je.

Wat een drukke straat! Kunnen we hier linksaf gaan?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 23

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Ik wil graag ... in het centrum.

... mij hou je niet van yoghurt, hè?

... , weet jij waar het zout is?

Waar gaan we nu ...?

Je ... eerst rechtdoor en dan ga je de derde straat rechtsaf.

Ze kent ... nieuwe woonplaats nog niet zo goed.

Bedankt voor de ... uitleg!

Ik ga ... naar het station en dan naar het centrum.

De straat is niet zo druk, ... ik.

Ben je vaak te laat op school? Dat is niet zo ... van je.

Ik eet niet gezond. Ik woon ... een snackbar!

Hoe laat kom je ...?

We doen opdrachten met het ...

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 24

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

De groenten staan in deze supermarkt niet rechts. Ze staan aan de linkerkant.

Meneer? Weet u de route naar de supermarkt?

Bij de tweede flat ga je naar links.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 25

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik moet snel weg. Ik neem de volgende bus.

Bij Amsterdam Centraal kun je overstappen.

Ik kom te laat want mijn bus heeft 15 minuten vertraging.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 26

Luister naar de zin.

Wat hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 27

Hoeveel woorden hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 28

Luister naar de zin.

Welk woord hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 29

Luister naar de zin.

Welk woord hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 30

Luister naar de zin.

Wat hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.