Draai je tablet om verder te gaan.
Sluiten User Name

Test - Thema 7 Naar de dokter?

Testresultaten

99% goed.

Gefeliciteerd! Je hebt de test héél goed gemaakt.


Vraag 1

Luister naar de zin.
Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Wilt u de assistente spreken? Blijf ...

Haya heeft een nieuw huis. Ze wil ... verhuizen.

Ik ben bij de dokter. Ik vertel over mijn ...

Sorry, ik kan niet. Ik wil de afspraak ...

'Met mevrouw Merk. Ik wil graag een afspraak ...'

'U kunt vandaag niet naar het spreekuur komen. Alles zit ...'

Felix woont al ... vijf jaar in Nederland.

Ik begrijp het briefje niet. Ik lees het ...

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 2

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

De verkoper vraagt: 'Wat kan ik voor u doen?'
Ik neem medicijnen, maar de pijn gaat niet over.
Vandaag is er geen plek. Alles zit vol.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 3

Wat hoort bij elkaar?

Ik bel mijn vriendin.

Ik zeg: 'Hallo, met Anna'.

Ik ga naar huis.

Ik zeg: 'Tot ziens'.

Ik kom te laat op school.

Ik zeg: 'Het spijt me'.

Ik ga slapen.

Ik zeg: 'Tot morgen'.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 4

Wat hoort bij elkaar?

Mevrouw Nunez heeft

medicijnen nodig.

Ammar zegt iets 

tegen de docent.

In het weekend slaap ik

tot 10.00 uur.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 5

Wat hoort bij elkaar?

De poes valt

van de trap.

Ik krijg een recept

voor pijnstillers.

Je neemt de pillen

twee maal per dag.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 6

Wat hoort bij elkaar?

Khaled is heel moe.

Hij wil zo snel mogelijk slapen.

Olga heeft al een week pijn.

Het gaat niet over.

Mirza gaat naar de dokter.

Hij heeft een klacht.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 7

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Heeft u vragen? U kunt contact opnemen met mij.
Emine belt de gemeente. Ze wil een afspraak maken.
Kun je me helpen? Ik zoek informatie over de huisarts.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 8

Luister naar de zin.
Lees de zin.
Kies de goede reactie.

Kan ik u helpen?

Dank u wel!

Mag ik u wat vragen?

Mag ik je telefoon even gebruiken?

Kan ik u verder nog ergens mee helpen?

Sorry, waar staat de rijst?

Dat is dan 6,75 euro.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 9

Wat hoort bij elkaar?

Ik kan vandaag niet.

Ik moet naar school.

Ik blijf aan de lijn.

Ik moet wachten.

Ik heb keelpijn.

Ik drink thee en water.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 10

Luister naar de zin.
Lees de zin.
Kies de goede reactie.

Kun je me vanmiddag helpen?

U spreekt met de huisartsenpost Zaandam.

Kan ik hier pinnen?

Wat is het probleem?

Hoelang heeft u oorpijn?

Ik heb nu geen tijd. Ik bel je vanavond.

Vandaag kan ik niet.

Dag, ik zie jullie morgen.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 11

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Welke cola nemen we? Het dure of goedkope merk?
De shampoo staat in de badkamer.
Ik koop eieren en groente. Verder heb ik niks nodig.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 12

Wat hoort bij elkaar?

de assistente

een afspraak maken

een spoedgeval

de huisartsenpost bellen

de drogist

een medicijn kopen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 13

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

We wonen in deze straat. Ons huisnummer is 24.

Mijn tas ligt ergens in deze kamer.

We gaan straks naar Rotterdam. Annisa bedenkt een goede route.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 14

Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.

Loubna heeft morgenochtend om 9.30 uur een afspraak bij de gemeente.
Ik kan vanmiddag niet mee. Het spijt me.
Mijn vrouw is al meer dan vijf dagen ziek.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 15

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Ik ben te laat. Het ... me!

Vandaag kan ik niet naar school, want ik heb ...

Waar heb je ...? In je been of in je rug?

Zit hier iemand of is deze stoel ...?

Dit medicijn helpt niet. De pijn ...

Ik hou van fruit, ... ik vind bananen niet lekker.

Van te vet eten krijg je ...

Sorry, kun je ... even helpen?

Ik heb koorts. Vandaag ... ik in bed.

Een moment alstublieft. Blijft u aan de ...

Het eten is niet goed. Ik krijg ...

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 16

Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.

Ik ben nog niet lang in Nederland. Ik vind Nederlands spreken moeilijk.
Fiona is altijd moe en vaak ziek. Het gaat niet goed met haar gezondheid.
In het doosje zitten tien eieren.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 17

Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de goede plaatjes.

de shampoo

de neusdruppel

het parfum

de pleister

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 18

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik wil graag afvallen. De huisarts geeft me advies.
Vera gaat vanavond naar een feest. Ze heeft make-up op.
Ik ga de boodschappen betalen. Ik wil pinnen.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 19

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Het is 9.00 uur 's ochtends. Ik zie mijn buurvrouw en ik zeg: '...!'

... duurt de reis van Zwolle naar Maastricht?

Sorry, ik kan vanavond niet. Kan ik de afspraak ...?

Ik kan je niet goed horen, want ik heb ...

We hebben tien dagen vakantie. Dat is ... dan een week.

Nora kan moeilijk praten. Ze heeft ... keelpijn.

De dokter vraagt: 'Wat is uw ...?'

Kun je ... om 14.00 uur komen?

Tarek kan niet goed zitten, want zijn ... doet pijn.

Kan ik vanavond komen? Is dat ...?

Ga je al naar school? ..., ik ben nog niet klaar.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 20

Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.

Help! Ik kan mijn sleutels nergens vinden.
Bij de kassa kunt u afrekenen
Ik zoek kamer 233. Kunt u met me meelopen?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 21

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik kijk vaak op mijn telefoon. Soms tien maal per uur.
Emine is mijn vriendin. Ik ga met haar naar school.
Mijn broer is niet thuis. Ik stuur hem een appje.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 22

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Vanavond geef ik een feest. Er is genoeg eten voor iedereen.
Adil heeft pijn in zijn rug. Hij heeft een pijnstiller nodig.
Deze pil is anders dan die crème. Je kan ze niet vergelijken.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 23

Wat hoort bij elkaar?

de hoofdpijn

de paracetamol

verkouden

de neusdruppels

betalen

de kassa

de baby

de luier

het advies

de verkoopster

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 24

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Mijn vriendin stuurt me een appje.

Ik wil wel komen, maar dat kan niet. Ik moet naar school.

Morgen is er geen les. Dan zijn we vrij.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 25

Wat hoort bij elkaar?

de apotheek

het medicijn

de huisarts

het huisbezoek

het spreekuur

de praktijk

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 26

Luister naar de zin.
Welk woord hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 27

Luister naar de zin.
Welk woord hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 28

Luister naar de zin.
Hoeveel woorden hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 29

Luister naar de zin.
Wat hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 30

Luister naar de zin.
Wat hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.