Draai je tablet om verder te gaan.
Sluiten User Name

Test - Thema 2 Boodschappen doen

Testresultaten

100% goed.

Gefeliciteerd! Je hebt de test héél goed gemaakt.


Vraag 1

Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.

Ik heb zin in vis.
Zijn er nog bananen?
Ik weet het niet.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 2

Lees de woorden.
Welk woord is er niet?
Sleep het goede woord in de zin.

's ochtends - 's middags - 's avonds - 's nachts

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 3

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik ga soms naar de Aldi.

De Aldi is niet duur.

Dat is fijn.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 4

Wat hoort bij elkaar?

Wie is er

aan de beurt?

Anders nog

iets?

Nee,

dank u.

Dat is dan 

3 euro.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 5

Wat hoort bij elkaar?

Is de supermarkt

nog open?

Ik denk van

wel.

Ik kijk even

op internet.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 6

Wat hoort bij elkaar?

Ik heb zin

in kaas.

Ik snap

het.

Ga jij even

naar de winkel?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 7

Luister naar de zin.
Lees de zin.
Kies de goede reactie.

Welkom in de straat.

Mag ik je iets vragen?

Waar doe je boodschappen?

De Lidl is goedkoop.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 8

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik wil chips! Ik snap het.

Kijk maar in de keuken.

Ga jij even naar de supermarkt?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 9

Wat hoort bij elkaar?

Zijn er

nog bananen?

Kijk maar

in de keuken.

Ik weet

het niet.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 10

Luister naar de tekst.
Kies het goede antwoord.

Het is ... uur.

Het is ... uur.

Het is ... uur.

Het is ... uur.

Het is ... uur.

Het is ... uur.

Het is ... uur.

Het is ... uur.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 11

Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de goede plaatjes.

de bank

de keuken

het internet

de chips

de zak

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 12

Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de goede plaatjes. 

de aardappels

de kaas

de meneer

de mevrouw

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 13

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

De markt is goedkoop. Dat is fijn.

Doe jij boodschappen bij de Plus?

Ik woon hier een maand. Ik ben nieuw in de straat.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 14

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik kijk naar Femi. Femi praat. Ik luister.

Op de bank ligt een zak chips.

'Wat zeg je? Ik begrijp het niet.'

Ik ga twee dagen naar school: op maandag en dinsdag.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 15

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Een ons vis is ...

Een pond vlees is ...

Een kilo kip is ...

Een gram, ons of kilo is een ...

Een vrouw is een ...

'Hebt ... kinderen, mevrouw?'

'Woont ... in Amsterdam, meneer?'

'Woon ... in Amsterdam, Anna?'

Een man is een ...

Ik koop fruit, ... sinaasappels.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 16

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Ik ... boodschappen op de markt.

Ik ... groente en fruit op de markt.

Ik heb een vrouw en drie kinderen. Dat is ...

Ik koop ... in de supermarkt: groente, fruit en kaas.

'Woon je in Zwolle ... in Meppel?'

Mijn kind is ...

'Doe ik boodschappen of doe ... boodschappen?'

Ik heb een dochter en een zoon. Ik heb ... twee kinderen. 

Ik koop groenten. Ik koop ... vlees.

Ik ... niet. Ik luister.

'Waar ben je? Ben je ...?'

Ik ga ... boodschappen doen.

'Wie ... boodschappen doen?'

Ik praat ... mijn land.

'Ik koop vis of vlees. Wat ... je?'

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 17

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

'Waar koop je vis? Op de markt of in de supermarkt?

Ik woon in een dorp. Dat is fijn.

Waar ben je vandaag? Ben je thuis?

Spreek je Nederlands of Arabisch?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 18

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Ik ga ... naar de markt.

Ik koop groente ... de markt.

Ik ga vandaag naar school. Vandaag is een fijne ...

Ik koop vlees in de supermarkt, … bij de Aldi of de Lidl.

Ik koop … op de markt: een kip.

Ik koop ... op de markt.

'Wat ... je? Ga je niet naar school?'

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 19

Wat hoort bij elkaar?

ik begrijp

ik snap

ik praat

ik vertel

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 20

Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de goede plaatjes. 

de euro

de boodschappenlijst

het gewicht

de verkoper

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 21

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik heb een voornaam. Ik heb ook een achternaam.

Ik koop geen vis. Ik koop vlees.

Deborah is mijn kind. Deborah is lief.

Ga je vandaag naar de supermarkt?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 22

Zet de woorden in de goede volgorde.

gram - ons - pond - kilo

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 23

Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes. 
Zet de woorden bij de goede plaatjes. 

de markt

de supermarkt

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 24

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Waar ... je boodschappen?

Ik doe boodschappen ... de Aldi.

Mijn nieuwe buurvrouw ... Sandra.

De Jumbo is niet ver. De Jumbo is ... in de straat.

Een kilo aardappels voor 5 euro, dat is ...!

Ik heb geen zoon. Ik heb ... een dochter.

Ik doe ... boodschappen bij de Lidl. Die is goedkoop.

Ik woon naast Lina. Lina is mijn ...

Ik heb een ... telefoonnummer.

Hallo Lula, ... in de straat!

Mag ik je iets vragen? ... is de supermarkt?

De school is niet ... De school is hier in de straat.

Dat is mijn nieuwe buurvrouw Muna. Ik ... Muna een maand.

Ik werk niet in Zwolle. Ik werk in een ... stad.

Ik zeg: 'Welkom in de Tuinstraat!'
Osman zegt: '...'

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 25

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik bel Ahmed. Ik praat met Ahmed.

'Wat wil je? Een sinaasappel of een tomaat?'

Ik ben Kemal. Wie ben jij?

Ik doe vandaag boodschappen.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 26

Luister naar de zin. 
Hoeveel woorden hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 27

Luister naar de zin.
Welk woord hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 28

Luister naar de cijfers.
Welk cijfer hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 29

Luister naar de dagen.
Welke dagen hoor je?
Typ de dagen.

maandag

woensdag

vrijdag

zondag

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 30

Luister naar de zin.
Wat hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.