Draai je tablet om verder te gaan.
Sluiten User Name

Test - Thema 4 Lekker!

Testresultaten

100% goed.

Gefeliciteerd! Je hebt de test héél goed gemaakt.


Vraag 1

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Wat is er?

Het is laat.

Vind je me mooi?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 2

Luister naar de zin.
Lees de zin.
Kies de goede reactie.

Abas?

Vind je me te dik?

Ik ben te dik.

Wat is het probleem?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 3

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik eet een stuk taart tussendoor.

Ik eet een hamburger met een glas cola.

Ik kan op ieder moment van de dag eten.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 4

Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.

Ik eet veel groente. Ik eet gezond.
Dat is het probleem.
In koekjes zit veel suiker.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 5

Luister naar de zin.
Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Ik ben ... de stad.

Ik ga wel ... de supermarkt.

We hebben nog fruit ... huis.

De worst is ... Ik ga worst kopen.

Eten we brood ... de soep?

Het volkorenbrood is ... de aanbieding.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 6

Luister naar de zin.
Lees de zin.
Kies de goede reactie.

Wat vind je lekker?

Wat vind je niet lekker?

Ruik je de kebab?

Je moet minder vlees eten.

Eet je veel vlees?

Eet je gezond?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 7

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Dat lijkt me niet lekker.

We drinken in China geen melk. We drinken wel thee.

We eten van alles: eten uit China, Indonesië, Italië, Frankrijk.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 8

Luister naar de zin.
Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Hoe ... het eten hier?

Ik ... patat.

Ik ... melk.

Ik eet pap ...

Ik eet een boterham ...

Ik eet 's avonds ...: soep, rijst, noedels, vlees, vis.

Ik eet vlees ...

Ik ... vis heerlijk.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 9

Lees de zin. Sleep het goede woord in de zin.

Ik wil graag een broodje gezond.

Ik drink geen alcohol. Ik vind dat niet lekker.

Doe maar een glas water alstublieft.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 10

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik drink af en toe een biertje. Dat doe ik niet vaak.

We drinken in Nederland veel melk.

Ik hou van thee met suiker.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 11

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik eet graag patat. Patat is eigenlijk niet gezond.

Mijn kind eet bijna niks. Mijn kind moet dus meer eten.

Ik eet te veel. Ik moet minder eten.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 12

Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de goede plaatjes.

de alcohol

de bonen

het broodje

de cola

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 13

Wat hoort bij elkaar?

Je haalt

een zak patat bij de snackbar.

Je bent

erg blij.

Je kookt

erg lekker.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 14

Wat hoort bij elkaar?

het bed

slapen

tien kilo

afvallen 

een probleem

hebben

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 15

Wat hoort bij elkaar?

Je hebt

een probleem.

Je weegt

100 kilo.

Je kookt

gezond en lekker.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 16

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik kook niet met suiker. Ik gebruik helemaal geen suiker.

'Eet je graag eieren?'

'Waar wonen jullie?' 'Wij wonen in IJmuiden.' 

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 17

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik koop een stuk kaas.

'Heb je nog uien en knoflook in huis?'

In de koelkast liggen groenten en vlees.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 18

Wat hoort bij elkaar?

af en toe

weleens

de boterham

het brood

de boerenkool

de groente

het interview

praten

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 19

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik doe altijd veel boter op mijn brood.

Het avondeten is van 18.00 uur tot 21.00 uur. 

Ik sta nu in de winkel. Ik neem melk en yoghurt mee.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 20

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

We eten in Nederland graag ...

Ik eet ... vlees. Ik eet meestal rijst en groenten.

Ik eet graag ... met boter en worst.

Ik eet 's avonds graag ... Ik eet geen vlees.

Shen komt op de tv, in ...

Een ... heeft 365 dagen.

Ik vraag: 'Eten ... graag brood?'
We zeggen: 'Ja, dat vinden we lekker.'

Ik doe allerlei ... in de soep.

... is van 12.00 uur tot 14.00.

Anna vraagt: 'Drink jij ...?'
Ik zeg: 'Nee, ik drink geen alcohol.'

Anna vraagt: 'Wat wil je eten?'
Ik ... de vraag.

'Wat ... je in de keuken?'

'... je van vis?'

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 21

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Je haalt patat bij de snackbar.

Je bent ziek.

Je hebt een mooie dochter.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 22

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

We koken eten uit de hele wereld. We vinden alles lekker.

Ik drink weinig water. Ik drink veel thee.

We eten 's avonds precies om 20.00 uur. Dat vinden we fijn.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 23

Wat hoort bij elkaar?

af en toe

vaak

zoet

zout

het ontbijt

de lunch

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 24

Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de goede plaatjes.

het glas

de couscous

de mayonaise

de taart

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 25

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Vanavond eten we soep, met brood.

Ik koop twee flessen water in de winkel.

Ik koop twee broden. Een volkorenbrood en een ander brood. 

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 26

Luister naar de zin.
Wat hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 27

Luister naar de zin.
Welk woord hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 28

Luister naar de zin.
Hoeveel woorden hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 29

Luister naar de zin.
Wat hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 30

Luister naar de zin.
Wat hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.