Draai je tablet om verder te gaan.
Sluiten User Name

Test - Thema 16 We hebben een probleem

Testresultaten

96% goed.

Gefeliciteerd! Je hebt de test héél goed gemaakt.


Vraag 1

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

De vrouw zat helemaal onder het bloed.

Je mag op deze weg 80 kilometer per uur.

De fietser en de auto botsten tegen elkaar op.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 2

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Heb je pauze? Kom dan naar de kantine.

Er is geen huisarts in mijn buurt.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 3

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Mark heeft waarschijnlijk een gebroken arm.

Ik moet morgen naar de dokter.

Je mag nog één seconde nadenken over dat antwoord.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 4

Luister naar de zin.

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Heeft u kapotte spullen? Kom dan ... het Repaircafé.

Ik vraag ... bij de gemeente.

De koffie en thee ... voor u klaar.

Een kleine bijdrage is ...

Zoek op internet naar de locatie ... uw buurt.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 5

Luister naar de zin.

Lees de zin.

Kies de goede reactie.

Is jouw school vlakbij?

Is er koffie?

Mag mijn hond mee in de supermarkt?

Snap je het hoofdstuk?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 6

Luister naar de zin.

Lees de zin.

Kies de goede reactie.

Waar ga je heen?

Heeft u pijn aan uw arm?

Is Sara gevallen?

Wat is er gebeurd?

Waarom ga je naar de dokter?

Kom je laat thuis?

Hoe hard mag je hier rijden?

Waarom val je?

Gaat het?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 7

Wat hoort bij elkaar?

Het kind heeft een gat

in zijn hoofd.

De auto botste

tegen ons op.

Het was druk

op de weg.

Je moet meteen

naar de dokter.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 8

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik heb vandaag een rotdag. Alles gaat verkeerd.

Wat is er gebeurd?

Er staat een lange rij voor de kassa.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 9

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

In de kringloopwinkel zijn oude spullen altijd welkom.

Mijn auto is kapot. Ik zal hulp vragen aan de buren.

Bij mijn moeder staan de thee en koffie altijd klaar.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 10

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Groente-, fruit- en tuinafval is niet hetzelfde als restafval.

Bij plastic afval horen ook lege flessen water.

Chemisch afval moet je apart verzamelen.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 11

Lees de woorden.

Kijk naar de plaatjes.

Zet de woorden bij de goede plaatjes.

de portemonnee

de zak

de band

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 12

Lees de zinnen.

Kies het goede antwoord.

Dat mes is heel ... Pas op!

De trein vertrekt bijna. We moeten naar het station ...

Joris ... zijn been bij het voetballen.

Mijn jas valt op de ... Nu is hij vies.

... ging het heel hard regenen. We hadden geen paraplu bij ons.

Je mag op deze weg maar 50 ... per uur rijden.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 13

Lees de woorden.

Kijk naar de plaatjes.

Zet de woorden bij de goede plaatjes.

de scheur

de naaimachine

de jas

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 14

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Mijn fiets is kapot. Ik ga naar de fietsenmaker.

Waar zijn mijn sleutels? Ze zitten niet in mijn jaszak.

Ik heb geen tijd. Ik ben druk bezig.

Ik moest vijf minuten wachten. Dat was zo voorbij.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 15

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Er is veel verkeer op de weg. Alle auto's staan ...

Deze hond is gevaarlijk. Hij ...

Ik houd van poezen. Je kunt ze altijd ...

Nu is het eindelijk mooi weer. ... week was het nog zo koud!

Er zit ... op je trui. Wat is er gebeurd?

Sara viel van de trap. Ze verloor haar ...

Je moet je schoenen uitdoen. We hebben net een nieuwe ...

Ik ... op het trapje naar de zolder.

Ze is gevallen met de fiets. Haar ... doet pijn.

De post kwam heel ... We hadden hem niet verwacht.

Waarom ... je? Praat eens zacht.

Glas is erg ... Pas op!

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 16

Lees de woorden.

Kijk naar de plaatjes.

Zet de woorden bij de goede plaatjes.

het hoofd

het keukentrapje

de taxi

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 17

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Mijn telefoon is gevallen. Het beeldscherm is gebroken.

Ik was vorige week ziek, maar inmiddels ben ik weer beter.

Ik werd te laat wakker. Daarom was ik te laat in de les.

Ik heb dat boek besteld op internet. Het is nu naar me onderweg.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 18

Lees de zin. 

Kies het goede antwoord.

Van welk ... is deze tafel gemaakt? Van hout of van plastic?

Zij is erg mager. Haar broek zit helemaal ...

Ze moet haar problemen zelf ...

Mijn docent biologie heeft veel ... van bloemen.

Ze zit in de trein, ... ze een boek leest.

Die cursus is verplicht. Het is niet ...

Het regent hard. Doe je wel een ... aan?

Je praat veel tijdens de les. Je moet ook goed ...

Het is niet ... dat de kinderen alleen de straat oversteken. Ze moeten wachten op de juf.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 19

Lees de woorden.

Kijk naar de plaatjes.

Zet de woorden bij de goede plaatjes.

de batterij

het karton

de kauwgom

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 20

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Het is avond. De middag is al ...

Ik ben ... Ik ben over tien minuten thuis.

Mijn fiets is kapot. Wat een ...

Ik ben te laat omdat mijn band ... is.

Ik had vanmorgen veel haast. Gelukkig was ik ... op tijd.

Deze jurk heeft twee ...

Ik ... dat ik mijn portemonnee ben vergeten.

Deze broek heeft geen ... Dat vind ik niet fijn.

Dit wijnglas is ... Ik pak een nieuwe.

Ik zet mijn boodschappen op de ... voor de kassa.

Zal ik het ... koken of bakken?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 21

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Hans heeft veel kennis over auto's. Hij weet alles.

Van welk materiaal is die stoel gemaakt? Van hout?

Mijn dochter vindt zwemmen leuk. Ze is heel enthousiast.

Ze studeert hard. Haar doel is dokter worden.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 22

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Het licht is kapot. Het is ineens helemaal donker.

In de vakantie gaan we altijd wandelen en klimmen in Zweden.

Ik botste tegen die mevrouw op. Ik zag haar niet.

Wil jij nog een punt van de pizza?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 23

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Mijn oma maakt haar eigen kleren met de naaimachine.

Je trui is stuk. Er zit een gaatje in.

In de trein kijkt iedereen op zijn smartphone. Niemand maakt een praatje!

Sara heeft geen baan. Ze werkt als vrijwilliger in de kringloopwinkel.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 24

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Een glazen pot mag je niet in de vuilnisbak gooien.

Chemisch afval is bijvoorbeeld medicijnen en schoonmaakmiddelen.

Een fiets is gemaakt van metaal.

Auto's zijn niet goed voor een schone lucht.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 25

Lees de woorden.

Kijk naar de plaatjes.

Zet de woorden bij de goede plaatjes.

het gereedschap

de broodrooster

de stoelpoot

de smartphone

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 26

Luister naar de zin.

Hoeveel woorden hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 27

Luister naar de zin.
Wat hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 28

Luister naar de zin.

Hoeveel woorden hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 29

Luister naar de zin.

Hoeveel woorden hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.

Vraag 30

Luister naar de zin.

Wat hoor je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.