Draai je tablet om verder te gaan.

7 Nederland vroeger en nu

Het was oorlog

1 Woorden oefenen

1

Wat hoort bij elkaar?

het spoor

de brug

de bloemen

de fabriek

het leger

de ster

Kijk na

2

Lees de zin. Kies het goede antwoord.

Ik heb je fiets kapotgemaakt. Sorry, dat was mijn ___.

We maakten een lange wandeling. Tijdens de wandeling zijn we in een mooi dorp ___.

Het was een leuk feest. Iedereen was vrolijk, de ___ was prima!

Koningsdag is op 27 april. Dat is een ___ feestdag in Nederland.

Morgen ___ we feest. Onze ouders zijn dan 25 jaar getrouwd.

Ik ben heel verdrietig. Gisteren is mijn vriend ___. Hij was al een lange tijd ziek.

Mijn collega is ___ ziek. Ze kan waarschijnlijk een jaar niet werken.

0 van de 7 goed.
Kijk na

3

Sleep de goede woorden in de zin.

In de fabriek waar mijn vriend werkt, maken ze deodorant en shampoo.

Omdat jij de trein hebt gemist, zijn we te laat. Het is jouw schuld.

Mijn zoon van 16 heeft altijd honger. Hij eet de hele dag.

Ik werk hier nu drie maanden. In het begin vond ik het spannend, maar nu niet meer.  

De mensen wachten op de aankomst van de trein. Hij komt om 15.00 uur.

Simona heeft veel verdriet, omdat haar oma is overleden.

Jan heeft veel stress voor de toets. Zijn docent zegt: ‘De toets is niet zo moeilijk, het zal wel meevallen.' 

Je moet de opdracht thuis maken en daarna bij je docent inleveren.

Ik doe de sleutels in mijn tas, dan kan ik ze niet verliezen.

De buurjongens voetballen de hele dag voor mijn huis. Ik ben bang dat ze mijn auto beschadigen.

Adil en Sem gaan naar de middelbare school. Ik ben benieuwd in welke klas ze terechtkomen.

Er is geen voetbalclub in dit dorp. Daarom gaan de bewoners een eigen voetbalclub oprichten.

0 van de 2 goed.
Kijk na

4

Wat hoort bij elkaar?

Als Jafar 's morgens honger heeft,

eet hij een boterham.

Als Jafar het spelletje verliest,

is hij boos.

Als Jafars telefoon beschadigd is,

laat hij hem repareren.

Als Jafar de rivier wil oversteken

fietst hij over de brug.

Als Jafar het formulier inlevert,

kan hij meedoen met de cursus.

Als Jafar jarig is,

viert hij thuis feest.

Kijk na

5

Wat hoort bij elkaar?

het begin

het eind

de aankomst

het vertrek

de koning

de koningin

het noorden

het zuiden

de stad

het dorp

Kijk na

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.