In de fabriek waar mijn vriend werkt, maken ze deodorant en shampoo.
Omdat jij de trein hebt gemist, zijn we te laat. Het is jouw schuld.
Mijn zoon van 16 heeft altijd honger. Hij eet de hele dag.
Ik werk hier nu drie maanden. In het begin vond ik het spannend, maar nu niet meer.
De mensen wachten op de aankomst van de trein. Hij komt om 15.00 uur.
Simona heeft veel verdriet, omdat haar oma is overleden.