Draai je tablet om verder te gaan.

Intonatie en zinsaccent

emoties

1 Oefening deel

Lees, luister naar de reactie, zeg na en vergelijk.

A: Jij wordt steeds jonger!
B: Vind je dat echt? Dank je!
Lees, luister naar de reactie, zeg na en vergelijk.

A: Kun je echt niet helpen?
B: Nee-ee! Dat zeg ik toch!
Lees, luister naar de reactie, zeg na en vergelijk.

A: Het papier van de printer is op!
B: Alweer! Dat is al de tweede keer vandaag!
Lees, luister naar de reactie, zeg na en vergelijk.

A: Hoe is je nieuwe werk?
B: Waardeloos!
Lees, luister naar de reactie, zeg na en vergelijk.

A: We krijgen een baby.
B: Echt waar? Wat mooi!
Lees, luister naar de reactie, zeg na en vergelijk.

A: Het gaat morgen regenen.
B: Bah! Altijd hetzelfde!
Lees, luister naar de reactie, zeg na en vergelijk.

A: Hoe vond je de film?
B: Fantastisch! Ik heb zó gelachen!
Lees, luister naar de reactie, zeg na en vergelijk.

A: Nog bekenden gezien?
B: Jazeker! Dorine Kerpestein!
Lees, luister naar de reactie, zeg na en vergelijk.

A: Ik heb het nog niet af.
B: Waaróm nou toch? Is er iets?
Lees, luister naar de reactie, zeg na en vergelijk.

A: Waar is Gerard?
B: Hoe weet ik dat nou? Zoek zelf!

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.