Draai je tablet om verder te gaan.

2 Boodschappen doen

Ik koop vlees, vis, groente en fruit

Et, balık, sebze ve meyve

1 Doe de taak

Een boodschappenlijstje maken

1

Metni dinle ve aynı zamanda oku.

Luister naar de tekst en lees mee. 

 

Pazara gitmek

Abdul ve Kamilah evdeler. 

Alışveriş hakkında konuşuyorlar.

 

- Bugün pazara kim gidecek? Sen mi ben mi?

- Ben giderim.

- Oh, iyi. 

Çok naziksin.

- Ne istiyorsun? 

Meyve mi? 

- Evet, muz, portakal ve iki tane limon.

- Ya sebze?

- Domates ve havuç.

- Tamam. Balık ya da et de ister misin?

- Tavuk istiyorum. 

Tavuk al bari. 

Ha, bir de soğan.

- Yani: Muz, portakal, domates, havuç, soğan ve tavuk. 

- Evet, bu kadar. 

 

Naar de markt
Abdul en Kamilah zijn thuis.
Ze praten over boodschappen doen
.

Kamilah

Wie gaat vandaag naar de markt?
Jij of ik?

Abdul

Ik ga wel.

Kamilah

O, fijn.
Dat is lief.

Abdul

Wat wil je?
Fruit?

Kamilah

Ja, bananen, sinaasappels en twee citroenen.

Abdul

En groenten?

Kamilah

Tomaten en wortels.

Abdul

Oké.
Wil je nog vis of vlees?

Kamilah

Ik wil wel kip.
Koop maar kip.
O ja, en uien. 

Abdul

Dus: bananen, sinaasappels, citroenen, tomaten, wortels, uien en kip.

Kamilah

Ja, dat is het.

2

Birlikte çalış.

1. alıştırmanın metnini yüksek sesle oku.

Werk samen. Lees de tekst van opdracht 1 hardop. 

Wissel van rol.

3

Kelimeleri söyleyin.

Werk samen. Luister naar de woorden. Zeg de woorden hardop.

1 banaan
2 bananen

1 sinaasappel
3 sinaasappels

1 citroen
6 citroenen

1 tomaat
5 tomaten

1 wortel
4 wortels

1 ui
8 uien

4

Pazardan kendin ne alırsın?

Doldur.                                     

İnternet veya sözlükte de kelime bulmaya çalış.

Vul in. Wat koop je op de markt?
Zoek ook woorden op.

fruit

- de banaan



groenten

- de tomaat



vlees of vis

- de kip



5

Werk samen. Praat samen. Gebruik opdracht 4.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A gaat naar de markt.

B zegt de boodschappen van opdracht 4.

A schrijft en maakt een lijstje.

 

Begin zo:

A: Ik ga naar de markt. Wat wil je?

B: Ik wil wel ...



    6

    Lees het bericht. Schrijf een reactie.

    Je woont met je vriend. Je leest een bericht van je vriend. Schrijf vijf boodschappen op.

      Deze opdracht is voldoende. Goed gedaan!

      Foutje!

      Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.