Draai je tablet om verder te gaan.

2 Boodschappen doen

Wie is er aan de beurt?

Pazardan yiyecek almak

1 Doe de taak

Eten kopen op de markt

1

Metni dinle ve aynı zamanda oku.

Luister naar de tekst en lees mee.

 

Pazarda

Faiza pazarda.

 

- Buyurun.

- Bir kilo patates, beş tane de muz lütfen. 

- Başka bir isteğiniz var mı hanımefendi?

- Yok, sağ olun.

- Üç avro ediyor.

- Buyurun.

- Teşekkür ederim. 

İyi günler.

 

- Sırada kim var?

- Ben. 500 gram peynir alabilir miyim? 

- Yarım kilo, buyurun. 

Başka birşey var mı?

- Yok, sağ olun.

- Beş avro ediyor.

Op de markt
Faiza is op de markt.

Verkoper

Zegt u het maar.

Faiza

Een kilo aardappels graag en vijf bananen.

Verkoper

Anders nog iets mevrouw?

Faiza

Nee, dank u.

Verkoper

Dat is dan drie euro.

Faiza

Alstublieft.

Verkoper

Dank u wel.
Fijne dag nog.

Verkoper

Wie is er aan de beurt?

Faiza

Ik. Mag ik 500 gram kaas?

Verkoper

Een pond, alstublieft.
Anders nog iets?

Faiza

Nee, dank u.

Verkoper

Dat is dan vijf euro.

2

Birlikte çalış.

1. alıştırmanın metnini yüksek sesle oku.

Werk samen. Lees de tekst van opdracht 1 hardop. 

Wissel van rol.

3

Werk samen. Praat over de vragen.

 

1. Ga je naar de markt?

2. Wat koop je op de markt?

3. Waar is de markt?

4. Wanneer is de markt?

4

Birlikte çalış.

Rakamları bir daha dinle.                                          

Rakamları söyle. 

Werk samen. Luister naar de cijfers. Zeg de cijfers hardop.

thema 2-taak 2-4-1-100�

thema 2-taak 2-4-2-100%

thema 2-taak 2-4-3-100%

5

Werk samen. Maak het gesprek af.

 

A is verkoper op de markt.

B koopt groente en fruit.

 

A: Zegt u het maar.

B:  .

A: Anders nog iets?

B: Nee,  .

A: Dat is dan  .

B: Alstublieft.

A:  .



6

Werk samen. Lees opdracht 5 hardop.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

7

Werk samen. Doe opdracht 6 nog een keer, met een ander.

A is verkoper op de markt.

B koopt vlees, vis of kaas.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.