Draai je tablet om verder te gaan.

5 Dit is mijn huis

Ik woon in een appartement

1 Luisteropdrachten

1

Luister naar de tekst.
Kies het goede antwoord.

In wat voor huis woont Yonas?

Hoeveel slaapkamers heeft het huis van Yonas?

Wat vindt Yonas niet zo fijn?

3 van de 3 goed.
Opnieuw invullen

2

Luister naar de tekst.
Kies het goede antwoord.

In wat voor huis woont Femi?

Wat vindt Femi fijn?

Wat voor huis wil Femi graag?

Wil Femi naar een andere stad verhuizen?

4 van de 4 goed.
Opnieuw invullen

3

Luister naar de tekst.
Sleep het goede woord in de zin.

In wat voor huis woont Osman?

Met wie woont Osman in het huis?

Waarom wil Osman verhuizen?

3 van de 3 goed.
Opnieuw invullen

4

Luister naar de tekst.
Sleep het goede woord in de zin.

Hier woon ik 

Een appartement

Yonas vertelt waar hij woont.

 

Ik woon in een appartement in Rotterdam.
Het appartement heeft een woonkamer, een keuken, een badkamer en een slaapkamer.
Ik woon hoog: op de tiende verdieping.
's Avonds kijk ik graag naar buiten, naar de stad.
Mijn appartement is klein, maar dat is prima.
De kinderen van de buren maken wel veel lawaai.
Dat vind ik een beetje vervelend.
Maar ja, alle kinderen maken lawaai!

Opnieuw invullen

5

Luister naar de tekst.
Sleep het goede woord in de zin.

Een bovenwoning

Femi vertelt waar zij woont.

 

Mijn man en ik wonen met de kinderen in Meppel.
We hebben een bovenwoning, vlakbij het centrum.
Het is een fijn huis, met veel licht.
En de huur is laag.
We wonen wel in een drukke straat.
Dat vind ik niet zo fijn.
We willen graag verhuizen, naar een rustige straat in Meppel.
We willen het liefst een huis met een tuin.

Opnieuw invullen

6

Luister naar de tekst.
Sleep het goede woord in de zin.

Een huis met een tuin

Osman vertelt waar hij woont.

 

Ik woon met mijn ouders in Boxtel, in een rustige buurt.
We hebben een huis met een kleine tuin.
Het huis heeft twee slaapkamers.
Ik deel een kamer met mijn broer.
Dat is geen probleem, want ik heb een leuke broer.
Boxtel is wel erg rustig.
Mijn ouders vinden dat fijn, maar ik niet.
Ik wil graag in Amsterdam wonen.

Opnieuw invullen

7

Luister naar de tekst en lees mee.

Hier woon ik 
Een appartement
Yonas vertelt waar hij woont.

Ik woon in een appartement in Rotterdam.
Het appartement heeft een woonkamer, een keuken, een badkamer en een slaapkamer.
Ik woon hoog: op de tiende verdieping.
's Avonds kijk ik graag naar buiten, naar de stad.
Mijn appartement is klein, maar dat is prima.
De kinderen van de buren maken wel veel lawaai.
Dat vind ik een beetje vervelend.
Maar ja, alle kinderen maken lawaai!

Een bovenwoning
Femi vertelt waar ze woont.

Mijn man en ik wonen met de kinderen in Meppel.
We hebben een bovenwoning, vlakbij het centrum.
Het is een fijn huis, met veel licht.
En de huur is laag, we betalen niet veel huur.
We wonen wel in een drukke straat.
Dat vind ik niet zo fijn.
We willen graag verhuizen, naar een rustige straat in Meppel.
We willen het liefst een huis met een tuin.

Een huis met een tuin
Osman vertelt waar hij woont.

Ik woon met mijn ouders in Boxtel, in een rustige buurt.
We hebben een huis met een kleine tuin.
Het huis heeft twee slaapkamers.
Ik deel een kamer met mijn broer.
Dat is geen probleem, want ik heb een leuke broer.
Boxtel is wel erg rustig.
Mijn ouders vinden dat fijn, maar ik niet.
Ik wil graag in Amsterdam wonen.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.