We wonen goed hier.
In de flat hebben we een paar leuke vrienden.
We eten graag met elkaar.
Met de buren hebben we niet veel contact.
We maken een praatje in de lift, of buiten op straat.
Onze kinderen spelen met hun kinderen.
In deze buurt staan flats en rijtjeshuizen.
Het is een rustige buurt zonder veel verkeer.
Ik vind de buurt niet zo mooi.
Er zijn weinig bomen, er is weinig groen.
Gelukkig is er een park in de buurt.
En de bushalte, de basisschool en het winkelcentrum zijn vlakbij.
Dat is echt gemakkelijk.