Lees de woorden.Kijk naar de plaatjes.Zet de woorden bij de goede plaatjes.
de boom
de struik
het café
de kerk
de moskee
het rijtjeshuis
Lees de zin.Kies het goede antwoord.
Onze kinderen doen veel zelf. Ze fietsen bijvoorbeeld zelf naar hun ...
badkamer.
basisschool.
Ik ga graag met een goede vriend naar het centrum. Dan drinken we altijd een kopje koffie in een ...
buurt.
café.
Pjotr en Anita zijn getrouwd. Ze kennen ... nu al tien jaar.
elkaar
haar
... zijn veel leuke winkels in het centrum van ons dorp.
Er
Het
Ik ga nooit met de bus. Ik ... elke dag naar mijn werk.
reis
fiets
Het winkelcentrum is vlakbij. Dat is echt ...
gemakkelijk.
gezondheid.
Ik woon met mijn broer, vader en moeder in een rijtjeshuis. Ons ... is niet zo groot.
gewoon
gezin
Er is veel ... in onze buurt. We wonen naast een mooi park.
groen
groente
Wil je iets drinken? Een ... koffie misschien?
glas
kop
Wat een lawaai! Ik vind deze muziek echt ...
lekker.
lelijk.
We wonen op de elfde verdieping. We nemen dus altijd ...
het licht.
de lift.
In de zomer gaan we met vrienden naar het ... om te voetballen.
balkon
park
Mijn ouders hebben aardige buren. Ze maken vaak een ...
praatje.
gesprek.
Het is altijd druk in de straat. Er is veel ...
verkeer.
groen.
Ik kijk het nieuws nu altijd op internet. Ik ... mijn tv helemaal niet.
mis
moet
Lees de zin.Sleep het goede woord in de zin.
Er is helaas geen basisschool in mijn buurt. De kinderen moeten lang reizen.Anna en Camille drinken vaak een kop koffie met elkaar in het café.We hebben een grote supermarkt in onze straat. Dat is echt gemakkelijk.
Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.
Amsterdam is een groene stad. Er zijn veel parken.Jennifer is heel gezond. Ze fietst elke dag.Je moet snel gaan. Straks mis je de bus!
Heb je dorst? Wil je misschien een kop thee?Ik heb 4 broers en 6 zussen. Ik kom uit een groot gezin.Mijn Nederlands is nog niet zo goed. Een praatje maken vind ik moeilijk.
We wonen in een rijtjeshuis. Het heeft twee verdiepingen.Het is mooi weer. Zullen we buiten voetballen?Dit is het mooiste park van Nederland. Er staan hele mooie bomen.
Engels is heel gemakkelijk. Ik begrijp alles.Ik vind rood niet mooi. Ik hou meer van groen.Er staan helemaal geen bomen hier. Ik vind deze buurt echt lelijk!
Er is een groot probleem met het verkeer in deze stad. De stad is te druk.Het is te druk bij de lift. Ik ga lopen. Ik neem de trap.Mijn dochter moet naar school gaan. Maar ze wil graag op straat spelen.
Wat hoort bij elkaar?
de trap
de lift
voetballen
spelen
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.