Vertellen over je kwaliteiten
A: Waar bent u goed in?
B: Ik ben nauwkeurig.
A: Kunt u daar een voorbeeld van geven?
B: Ik werk heel precies.
Ik controleer mijn werk goed.
A: Welke kwaliteiten hebt u nog meer?
B: Verder ben ik ook flexibel en behulpzaam.
A: Kunt u daar ook een voorbeeld van geven?
B: Ik heb een keer een dienst van een collega overgenomen.
A: Ja, dat is een mooi voorbeeld.