Hulp vragen aan iemand in je netwerk
A: Hé, hoe gaat het?
B: Goed, en met jou?
A: Ook goed.
Mag ik je iets vragen?
B: Natuurlijk.
A: Jij werkt toch bij een groot bedrijf, als vrachtwagenchauffeur?
B: Ja, dat klopt.
A: Ik zoek werk.
Ik wil graag als chauffeur werken.
Heeft jouw bedrijf nog vacatures?
Weet jij nog iets?
B: Nee, dat weet ik niet, maar ik zal het eens vragen.
A: Fijn. Dankjewel.