Draai je tablet om verder te gaan.

1 Wonen

Een nieuwe huurwoning

1 Woorden oefenen

1

Lees de zin. Kies het goede antwoord. 

De huur is 400 euro. We verdienen samen 2200 euro. Deze woning is voor ons ___.

Deze woning is te klein. Hij is niet ___ voor ons.

'Je kunt op onze website kijken. Zie je een leuke woning? Dan kun je op de woning  ___.'

Als je een laag inkomen hebt, kun je ___ aanvragen om je woning te betalen.

Dunya zoekt een huurhuis. Ze schrijft zich in bij ___.

Het huis heeft een kleine tuin. De ___ is 4 x 3 meter.

Als je in deze gemeente werkt, heb je ___ op een woning. Je bent sneller aan de beurt.

Je kunt altijd contact opnemen met de politie. Bij ___ moet je 112 bellen.

Mijn auto was kapot. De ___ kostte 400 euro. Nu rijdt hij weer goed.

Nejla zoekt al heel lang naar een huurwoning in Hilversum. De ___ is gemiddeld drie jaar.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

2

Sleep de goede woorden in de zin.

Mijn zus kan die woning helaas niet huren. Ze verdient te veel. Haar inkomen is te hoog.

Ik heb me vorige week ingeschreven bij een  woningbouwvereniging. Ik hoop dat ik snel een leuk huis vind.

De huur is 550 euro. Ik krijg 200 euro huurtoeslag. Dus ik betaal elke maand 350 euro zelf.

Het was maar een kleine bruiloft, dus de kosten waren niet zo hoog.

Het huis heeft drie verdiepingen. De hoogte van het huis is ongeveer 8 meter.

Opnieuw invullen

3

Wat hoort bij elkaar?

maximum

het meest

geschikt

juist

informeren

vragen naar iets

betaalbaar

je hebt genoeg geld voor iets

vanzelf

automatisch

Opnieuw invullen

4

Wat hoort bij elkaar?

zich inschrijven

de woningbouwvereniging

tekenen

het contract

invullen

het formulier

opzeggen

de huur

recht hebben op

de huurtoeslag

Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.