Draai je tablet om verder te gaan.

5 Werk en inkomen

Werk zoeken

1 Woorden oefenen

1

Lees de zin. Kies het goede antwoord.

Saman werkt in een garage, hij repareert auto’s. Automonteur is zijn ___.

De supermarkt heeft een ___. Ze zoeken een nieuwe medewerker voor de kassa.

Nilufer werkt al twaalf jaar als verpleegkundige. Ze heeft veel ___ met dit werk.

Sem gaat morgen ___ voor een baan bij een ict-bedrijf. Het bedrijf zoekt namelijk een nieuwe medewerker.

Fadi is docent. Hij zoekt een ___ op een school.

In ___ werken tachtig mensen. Ze maken daar motoren voor vliegtuigen. Dat is zwaar werk.

Seray werkt als ___ in de kringloopwinkel. Ze verdient geen geld met dit werk.

Ivan wil als buschauffeur werken, maar dan moet hij eerst een ___ volgen.

Simon zoekt tijdelijk werk. Daarom gaat hij naar ___.

0 van de 9 goed.
Kijk na

2

Sleep de goede woorden in de zin.

Samir werkt in de bouw. Hij gaat om zes uur ’s morgens naar zijn werk.

Milena’s beroep is verpleegkundige. Ze wil in Nederland graag in een ziekenhuis werken.

Bahram volgt een opleiding voor ict-medewerker. Hij leert om software te ontwikkelen.

Phi zoekt werkt. Hij ziet een vacature voor monteur op internet. Dat werk wil hij graag doen.

Ana heeft tien jaar ervaring als medewerker in de kinderopvang. Ze kan makkelijk een baan vinden.

Pieter heeft geen werk. Hij is op zoek naar vacatures op internet.

Marion solliciteert voor de functie van manager bij restaurant Olijfje. Ze wil daar graag werken.

Sara studeert voor huisarts aan de universiteit. Dat duurt ongeveer zes jaar.

Lea volgt een opleiding voor doktersassistent aan het ROC.

0 van de 2 goed.
Kijk na

3

Wat hoort bij elkaar?

de vacature

solliciteren

de opleiding

studeren

de baan

werken

het uitzendbureau

tijdelijk werk

het contract

vast werk

Kijk na

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.