Draai je tablet om verder te gaan.

5 Werk en inkomen

Regels op je werk

1 Opdrachten

1

Kies het goede antwoord. Gebruik de informatie uit de video.

Een arbeidsovereenkomst

Als je gaat werken, dan sluit je een arbeidsovereenkomst af met je werkgever. Je maakt dan afspraken met elkaar en die staan in de arbeidsvoorwaarden. Er zijn twee soorten arbeidsvoorwaarden: primaire en secundaire. In de primaire arbeidsvoorwaarden staan de belangrijkste dingen zoals de werktijden, je vakantiedagen en je salaris. Het salaris dat je afspreekt met je werkgever is het brutoloon. Je krijgt alleen op je rekening het nettoloon gestort. Dat komt omdat er nog belastingen en sociale premies vanaf gaan. Je werkgever draagt dit af aan de overheid en de overheid gebruikt dit onder andere om de uitkeringen voor mensen die niet werken te kunnen betalen. De secundaire arbeidsvoorwaarden, dat zijn de extra’s. Zoals bijvoorbeeld een auto van de zaak, een laptop of een studie die je mag volgen.

De meeste afspraken komen uit de collectieve arbeidsovereenkomst (cao). Dit is een overeenkomst die geldt voor iedereen die werkzaam is binnen een bepaalde bedrijfstak, zoals bijvoorbeeld het onderwijs of de horeca. De cao-afspraken zijn gemaakt door vakbonden en organisaties van werkgevers. Een vakbond is een vereniging waar werknemers lid van kunnen zijn. Vakbonden komen op voor de belangen van de werknemers.

In een arbeidsovereenkomst staan afspraken tussen ___.

In je arbeidsovereenkomst staat ___.

Je ___ is het salaris dat je op je bankrekening krijgt.

Als je werkt, betaal je belasting aan de ___.

In een collectieve arbeidsovereenkomst staan afspraken tussen ___.

Een vakbond zorgt dat werknemers ___.

0 van de 6 goed.
Kijk na

2

Kies het goede antwoord. Gebruik de informatie uit de video.

Soorten banen

Als je gaat werken of je wilt werken, dan kom je op de arbeidsmarkt. Dan heb je de keuze tussen een aantal soorten banen. De meeste mensen hebben of willen een vaste baan. Dat betekent dat er namelijk geen einddatum is en dat geeft meer zekerheid. Er is wel een opzegtermijn. Zowel voor jou als werknemer, als voor de werkgever. Er zijn ook mensen met een tijdelijke baan. Daarbij geldt een afgesproken einddatum. Het kan zijn dat je bijvoorbeeld een jaarcontract hebt. Dat geeft wel minder zekerheid. Eventueel kan het wel zo zijn dat je na de einddatum een vaste baan krijgt aangeboden.

Tot slot is er ook nog een flexibele baan. Mensen die zo’n baan hebben, noem je ook wel flexwerkers. Voor de werkgevers is dit een groot voordeel, want de werknemers werken alleen indien nodig. Ze krijgen dus ook alleen betaald als ze werken. Voorbeelden zijn uitzendwerk en oproepkrachten.

Een ___ baan heeft geen einddatum.

Als je een vaste baan hebt, kun je stoppen met werken ___.

Een jaarcontract is ___ als een vast contract.

Na een tijdelijke baan kun je ___ krijgen bij dezelfde werkgever.

Met een flexibele baan verdien je iedere maand ___.

Een oproepkracht werkt ___.

0 van de 6 goed.
Kijk na

3

Kies het goede antwoord. Gebruik de informatie uit de tekst.

    Kijk bij Inkomstenbelasting.

    Sommige werknemers betalen sociale premies aan de overheid.

    Met de sociale premies betaalt de overheid uitkeringen van mensen die niet kunnen werken.

    Met de belastingen betaalt de overheid de zorg en het onderwijs.

    Rijke mensen hoeven in Nederland geen belasting te betalen.

    Kijk bij Aangifte doen.

    Je moet iedere maand bij de Belastingdienst melden hoeveel geld je hebt verdiend.

    Als je belastingaangifte doet, heb je een DigiD nodig.

    Als je een probleem hebt met je belastingaangifte, kun je een speciaal telefoonnummer bellen.

    Kijk bij Een eigen bedrijf.

    Mensen die een eigen bedrijf hebben, zijn in loondienst.

    Mensen die een eigen bedrijf hebben, krijgen een Ziektewetuitkering als ze ziek worden.

    Als je een eigen bedrijf hebt, moet je zelf voor je pensioen sparen.

    0 van de 10 goed.
    Kijk na

    4

    Kies het goede antwoord. Gebruik de informatie uit de video.

    Een arbeidsovereenkomst

    Als je gaat werken, dan sluit je een arbeidsovereenkomst af met je werkgever. Je maakt dan afspraken met elkaar en die staan in de arbeidsvoorwaarden. Er zijn twee soorten arbeidsvoorwaarden: primaire en secundaire. In de primaire arbeidsvoorwaarden staan de belangrijkste dingen zoals de werktijden, je vakantiedagen en je salaris. Het salaris dat je afspreekt met je werkgever is het brutoloon. Je krijgt alleen op je rekening het nettoloon gestort. Dat komt omdat er nog belastingen en sociale premies vanaf gaan. Je werkgever draagt dit af aan de overheid en de overheid gebruikt dit onder andere om de uitkeringen voor mensen die niet werken te kunnen betalen. De secundaire arbeidsvoorwaarden, dat zijn de extra’s. Zoals bijvoorbeeld een auto van de zaak, een laptop of een studie die je mag volgen.

    De meeste afspraken komen uit de collectieve arbeidsovereenkomst (cao). Dit is een overeenkomst die geldt voor iedereen die werkzaam is binnen een bepaalde bedrijfstak, zoals bijvoorbeeld het onderwijs of de horeca. De cao-afspraken zijn gemaakt door vakbonden en organisaties van werkgevers. Een vakbond is een vereniging waar werknemers lid van kunnen zijn. Vakbonden komen op voor de belangen van de werknemers.

    Romy heeft een nieuwe baan. Ze wil weten hoeveel ze precies verdient. Waar vindt ze deze informatie?

    Sara verdient 3.156 euro bruto per maand. Haar netto salaris is minder. Waarom?

    Jaïr wil leraar worden. Hij wil weten hoeveel leraren in Nederland verdienen. Waar kan hij deze informatie vinden?

    0 van de 3 goed.
    Kijk na

    5

    Kies het goede antwoord. Gebruik de informatie uit de video.

    Soorten banen

    Als je gaat werken of je wilt werken, dan kom je op de arbeidsmarkt. Dan heb je de keuze tussen een aantal soorten banen. De meeste mensen hebben of willen een vaste baan. Dat betekent dat er namelijk geen einddatum is en dat geeft meer zekerheid. Er is wel een opzegtermijn. Zowel voor jou als werknemer, als voor de werkgever. Er zijn ook mensen met een tijdelijke baan. Daarbij geldt een afgesproken einddatum. Het kan zijn dat je bijvoorbeeld een jaarcontract hebt. Dat geeft wel minder zekerheid. Eventueel kan het wel zo zijn dat je na de einddatum een vaste baan krijgt aangeboden.

    Tot slot is er ook nog een flexibele baan. Mensen die zo’n baan hebben, noem je ook wel flexwerkers. Voor de werkgevers is dit een groot voordeel, want de werknemers werken alleen indien nodig. Ze krijgen dus ook alleen betaald als ze werken. Voorbeelden zijn uitzendwerk en oproepkrachten.

    Abdel werkt in een restaurant. Het restaurant belt ’s ochtends. Dan hoort Abdel of hij die avond moet werken. Als het niet druk is, heeft Abdel geen werk. Wat voor werk heeft Abdel?

    Jannis heeft een vaste baan. Hij wil met het werk stoppen, want hij heeft een nieuwe baan gevonden. Wanneer kan Jannis bij zijn nieuwe baan beginnen?

    0 van de 2 goed.
    Kijk na

    6

    Kies het goede antwoord. Gebruik de informatie uit de tekst.

      Pedro is arts. Hij verdient 6.500 euro bruto per maand. Hoeveel is zijn netto salaris?

      Shirin werkt drie dagen per week in een winkel. Het is heel druk in de winkel. Daarom gaat Shirin tijdelijk vier dagen per week werken. Wat moet ze doen?

      Zack moet zijn belastingaangifte doen, maar hij heeft geen computer. Wat kan hij doen?

      Xavier is 66 jaar. Hij is ondernemer. Hij heeft een winkel. Xavier wil graag stoppen met werken en met pensioen gaan. Kan dat?

      0 van de 4 goed.
      Kijk na

      Foutje!

      Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.