Wendela weet nog niet wat ze gaat doen. Ze neemt morgen een beslissing.
In de bus mag je niet eten. Dat is een regel.
Mijn vrouw komt ook naar het feest. Neem jij je partner ook mee?
De koning van Nederland woont in een groot huis en hij heeft veel personeel.
De neef van Miloslav woont ook in Nederland. Dat is het enige familielid met wie hij contact heeft.
Ik wil met je mee naar het strand, maar ik heb één voorwaarde. Ik ga alleen als het mooi weer is.