Draai je tablet om verder te gaan.

6 Instanties

Naar de politie

1 Opdrachten

1

Kies het goede antwoord. Gebruik de informatie uit de tekst.

6-4 politie in nederland 1-5

Mario heeft veel overlast van jongeren bij zijn huis. Ze maken veel lawaai. Mario kan ___ doen bij de politie.

Twee mensen maken ruzie op straat. De politie komt. De agenten geven de mensen eerst ___.

Anne komt bij haar auto. Ze ziet dat iemand het raam kapot heeft gemaakt. Ze gaat ___  doen bij de politie.

De fiets van Sara is gestolen. Dit is een voorbeeld van ___.

In het huis van Jamal zijn spullen gestolen. Hij kan het beste ___.

De telefoon van Ingrid is gestolen. Ze kan het geld voor een nieuwe telefoon van de verzekering terugkrijgen. Ze moet eerst ___.

In de stad is een groot feest. Er zijn veel mensen op straat. De politie ___.

Er is op straat een ongeluk gebeurd met twee auto's. Er zijn geen gewonden. De  ___ komt en probeert te helpen.

Rachid woont in een onveilige buurt. Er is vaak diefstal en overlast. Rachid praat met de ___ over dit probleem.

De ___  houdt op vrijdag- en zaterdagavond vaak een controle op drukke wegen.

0 van de 10 goed.
Kijk na

2

Kies het goede antwoord. Gebruik de informatie uit de tekst.

6-4 polite in Nederland 6

Is er een spoedgeval? Dan bel je het landelijke servicenummer van de politie.

Het alarmnummer is 112.

Als je het alarmnummer belt, krijg je een medewerker van de politie aan de telefoon.

Als je een afspraak wilt maken om aangifte te doen, kun je bellen met 0900-8844.

Als er een spoedgeval is, kun je ook via sociale media contact opnemen.

0 van de 5 goed.
Kijk na

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.