Draai je tablet om verder te gaan.

6 Instanties

Hulp bij sociale en juridische problemen

1 Woorden oefenen

1

Lees de zin. Kies het goede antwoord.

Waar is Simon?
– Hij heeft ___ dat hij een uurtje later komt.   

Kadija heeft een nieuw huis. Ze kan straks de sleutel ophalen bij de ___.

Het is een klein bedrijf. Er werken maar zeven ___.

Op een schoolplein mag je niet roken. Dat heeft de ___ bepaald.

Ik kreeg het ___ van mijn huisarts om paracetamol te nemen.

Sorry, je hebt een ___ telefoonnummer. Dit is niet mijn telefoonnummer.

Ik heb een afspraak met mijn baas. Ik ga naar zijn ___.

Mannen en vrouwen in Nederland hebben gelijke ___.

Ik kan niet betalen, want ik ben mijn portemonnee vergeten. Wat ___!

Selim heeft het contract getekend. Ze is nu ___ de eigenaar van het huis.

0 van de 10 goed.
Kijk na

2

Sleep de goede woorden in de zin.

Daria en Sofie hebben dezelfde baan. Ze  verdienen 2500 euro per maand.

De cursisten noteren de datum van de toets in hun agenda.

Je moet je zusje niet pesten. Dat vindt ze helemaal niet leuk.

Kun je aan de docent doorgeven dat ik vandaag niet naar de les kom?

Ik kan het probleem niet oplossen. Misschien kan iemand anders je helpen.

De ouders van Dawut hebben vaak ruzie, daarom gaan ze scheiden.

Susanna moet een boete van 60 euro betalen, omdat ze te hard reed op de snelweg.

De Vogelbescherming is een  organisatie die zorgt voor zieke vogels in Nederland.

Marko is vrijwilliger in het buurthuis. Hij kookt voor mensen die weinig geld hebben.

Kinderen moeten tot hun zestiende jaar naar school. Dat staat in de wet .

Nelson heeft een nieuwe baan. Hij werkt nu bij de gemeente Amsterdam.

0 van de 2 goed.
Kijk na

3

Wat hoort bij elkaar?

officieel

volgens de wet

gelijk

op dezelfde manier

stom

niet leuk

verkeerd

fout

verboden

het mag niet

Kijk na

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.