Draai je tablet om verder te gaan.

12 Op de basisschool

Hoe gaat het op de basisschool?

1 Woorden oefenen

1

Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de goede plaatjes.

de gymnastiek

het schooluniform

het schoolreisje

het knutselen

het tekenen

het rekenen

Opnieuw invullen

2

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Een schoolreisje? Wat leuk! Welk ... moeten we betalen voor dat reisje?

... is mijn lievelingsvak. Ik wil alles weten over mensen en dieren.

Ik ben heel handig. Ik heb vijf jaar geleden zelf mijn huis ...

Op een vrijmarkt verkopen mensen echt allerlei ...: boeken, speelgoed, kleren, enzovoort.

Ik ga graag naar school. Onze docent is leuk en we hebben een grote, gezellige ... van achttien mensen.

Heb je zin in een feestje? Dan kun je volgende week zaterdag 's avonds bij ons ...

Samen spelen is heel goed voor de ... van jonge kinderen.

Mijn dochter vindt de lessen op school erg moeilijk. Haar ... zijn niet goed.

8 van de 8 goed.
Opnieuw invullen

3

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Je kunt zien dat er in Nederland verschillende ... zijn. In mijn straat is bijvoorbeeld een moskee en een kerk.

Murat vindt alles op school leuk. Hij heeft geen lievelings...

Mijn dochter doet thuis graag ..., maar ze gaat nog liever in het park spelen.

Ik hou niet van sporten, maar het is een ... vak op school.

Mijn broer houdt van ... dingen: reizen, fietsen en sporten. Maar hij houdt het meest van slapen!

We houden niet van dezelfde dingen. We zijn heel ...

6 van de 6 goed.
Opnieuw invullen

4

Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.

Kenza kent de namen van alle steden. Ze is heel goed in aardrijkskunde.
Ik kan het niet betalen. Het bedrag is veel te hoog.
Ik wil later huisarts worden. Ik vind biologie een leuk vak.

Opnieuw invullen

5

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Mijn kinderen knutselen graag. Ze bouwen kleine huisjes.

Felix gaat drie keer per week in het park rennen. Hij leeft echt gezond.

Ik heb het erg druk deze week. Ik kan helaas niet bij je langskomen.

Opnieuw invullen

6

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Kinderen leren heel veel van knutselen. Dat is echt goed voor ze.

Een nieuwe taal leren is moeilijk, maar het is erg goed voor je ontwikkeling.

Ik werk niet graag alleen. Ik werk liever in een groep.

Opnieuw invullen

7

Lees de zin.

Sleep het goede woord in  de zin.

Ik ken Nederland nog niet zo goed. Ik weet bijvoorbeeld niets over de geschiedenis.
Ben je vrij vandaag? Of moet je nog veel dingen voor school doen?
Ik ben slecht in sporten: gymnastiek is niets voor mij.

Opnieuw invullen

8

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

De basisschool in Syrië is niet ­­­­­­hetzelfde  als in Nederland.
Onze meester is heel aardig. Hij lacht altijd.
Mijn man heeft een andere religie dan ik. Hij gaat elke week naar de kerk.

Opnieuw invullen

9

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Het gaat niet zo goed met Simon op school. Zijn prestaties zijn dit jaar slechter.
Ik ga niet elke week naar het centrum van de stad, maar wel regelmatig.
Is dit vak verplicht voor je? Of mag je een ander vak kiezen?
Ik neem verschillende soorten fruit mee naar school, maar altijd een banaan en sinaasappel.

Opnieuw invullen

10

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Dit is Myriams eerste schoolreisje. Ze gaat met haar groep naar Den Haag.
In veel landen moeten kinderen op school verplicht een uniform dragen.
Ik doe niet graag spelletjes met de kinderen. Ik lees liever een boek.
Welk vak vind je leuker: biologie of gymnastiek?

Opnieuw invullen

11

Wat hoort bij elkaar?

aardrijkskunde

geschiedenis

anders

hetzelfde

regelmatig

soms

Opnieuw invullen

12

Wat hoort bij elkaar?

de meester

de juf

lopen

rennen

tekenen

rekenen

Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.