Werk samen. Praat samen. Gebruik opdracht 7.
A en B staan op het schoolplein.
A en B hebben allebei kinderen in groep 8 van de basisschool.
A stelt vragen:
- Wanneer is de sportdag?
- Tot hoe laat is de les op 23 mei?
- Moeten de kinderen naar school op 29 mei?
- Wanneer is de informatieochtend voor nieuwe ouders?
B zoekt het antwoord in de agenda van opdracht 7.