Draai je tablet om verder te gaan.

12 Op de basisschool

Kan mijn kind overblijven?

1 Doe de taak

Informatie vragen over de school van een kind

1

Lees de tekst.

 

thema 12-taak 3-1-H-100�

 

2

Werk samen. Praat over de woorden. Gebruik de tekst van opdracht 1.

 

Wat betekenen de woorden? Leg uit.

 

tussen de middag

de leerkracht

het continurooster

de tussenschoolse opvang

overblijven

de broodtrommel

3

Lees de tekst.

 

thema 12-taak 3-3-H-100�

4

Beantwoord de vragen. Gebruik opdracht 3.

 

Je werkt bij basisschool De Mussen.

Je krijgt vragen van een ouder.

Zoek de antwoorden in de tekst van opdracht 3.

 

1 Ik wil mijn kind opgeven voor tussenschoolse opvang. Wat moet ik doen?



2 Moet mijn kind zelf eten en drinken meenemen?



3 Hoeveel kost tussenschoolse opvang?



4 Mijn kind is bijna jarig. Mag mijn kind trakteren?



5 Ik wil naar de informatiemiddag. Wanneer is dat?



6 Ik zoek belangrijke data. Waar staan die?



5

Werk samen. Praat over opdracht 4.

A werkt op basisschool De Mussen.

B heeft een kind op de school.

B stelt de vragen van opdracht 4.

A geeft antwoord.

6

Werk samen. Praat over de vragen.

Praat over de basisschool in je land van herkomst.

  1. Op welke dagen gaan kinderen naar school?
  2. Hoe laat begint de les 's ochtends?
  3. Hoe laat zijn kinderen vrij van school?
  4. Eten kinderen tussen de middag op school? Wat eten ze?
  5. Nemen jarige kinderen een traktatie mee naar school?
  6. Zijn er stagiaires op school? Wat doen zij?

7

Lees de agenda.

Je ziet de agenda op de website van de basisschool van je kind.

thema 12-taak 3-7-H-100�

8

Werk samen. Praat samen. Gebruik opdracht 7.

A en B staan op het schoolplein.

A en B hebben allebei kinderen in groep 8 van de basisschool.

A stelt vragen:

Wanneer is de sportdag?

- Tot hoe laat is de les op 23 mei?

- Moeten de kinderen naar school op 29 mei?

- Wanneer is de informatieochtend voor nieuwe ouders?

B zoekt het antwoord in de agenda van opdracht 7.

9

Werk samen. Praat samen. Gebruik opdracht 7.

A en B staan samen op het schoolplein.

A en B hebben allebei kinderen in groep 4 van de basisschool.

B stelt vragen:

- Wanneer is de meivakantie?

- Wanneer is het schoolreisje?

- Moeten de kinderen naar school op 26 mei?

- Hoe laat begint het schoolfeest?

A zoekt het antwoord in de agenda van opdracht 7.

10

Lees de e-mail. Schrijf een reactie.

Je kind zit in groep 6 van de basisschool.

Je krijgt een e-mail van de school.

Je wilt je kind opgeven voor tussenschoolse opvang.

Beantwoord alle vragen uit de e-mail.

 

thema 12-taak 3-10-A-H-100�

Stuur naar je docent

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.