2 Praat over de basisschool.
Heb je kinderen op de basisschool? Praat met een andere ouder op school of op het schoolplein.
Heb je geen kinderen op de basisschool? Praat dan met iemand die wel kinderen heeft. Je kunt bijvoorbeeld praten over:
- de schooltijden
- vakanties en vrije dagen
- overblijven
- hulpouders
Bedenk eerst:
- Met wie kun je praten?
- Waar kun je praten?
- Wat kun je zeggen of vragen?