Draai je tablet om verder te gaan.

3 Gezondheid

Naar de dokter

1 Woorden oefenen

1

Lees de zin. Kies het goede antwoord.

Richard werkt al tien jaar in de ___. Hij is verpleegkundige in een ziekenhuis.

De patiënt heeft verschillende ___: hoofdpijn, koorts en misselijkheid.

Sauli voelt zich ___ niet goed. Hij is verdrietig en hij heeft veel sombere gedachten.

De huisarts kan me niet behandelen. Hij gaat me ___ naar het ziekenhuis.

Als u zich wilt ___ voor de cursus, moet u dit formulier invullen.

De arts heeft zware medicijnen ___. Ik moet de tabletten drie keer per dag innemen.  

Sara heeft haar been gebroken. Ze gaat nu naar de ___ om te oefenen met lopen.

Mijn opa is ernstig ziek. Hij gaat elke week naar het ziekenhuis voor een ___.

0 van de 8 goed.
Kijk na

2

Sleep de goede woorden in de zin.

Mevrouw van Dam weet alles over geschiedenis. Ze is een specialist op dat gebied.
Gisteren had ik last van keelpijn. Gelukkig is deze klacht vandaag verdwenen.
De arts kan de patiënt niet helpen, want er bestaat geen behandeling tegen zijn ziekte.
Tamara praat met een psycholoog over haar gevoelens en angsten.

De arts denkt dat de klachten vanzelf overgaan. Daarom heeft ze geen medicijnen voorgeschreven.
De huisarts heeft me doorverwezen naar het ziekenhuis. Daar gaan ze me verder behandelen.
De arts heeft het kind onderzocht, maar kon de oorzaak van de pijn niet vinden.
Ik heb me ingeschreven bij een sportvereniging in de buurt. Morgen is de eerste les voor nieuwe leden.

Door zijn ziekte is Leroy lichamelijk erg zwak. Hij heeft veel pijn en hij kan moeilijk bewegen.
Veronique werkt in een apotheek. Ze heeft een medisch beroep.
Mijn buurman heeft een ernstig ongeluk gehad. Hij moet dringend naar het ziekenhuis!
Mevrouw Labib is 94. Ze kan niet goed meer lopen, maar geestelijk is ze nog erg goed.

0 van de 3 goed.
Kijk na

3

Wat hoort bij elkaar?

Ik ga naar de huisarts.

Ik ben al een week ziek.

Ik ga naar het ziekenhuis.

Ik heb een afspraak met een specialist.

Ik ga naar de apotheek.

Ik heb medicijnen nodig.

Ik ga naar de fysiotherapeut.

Ik kan mijn knie niet goed bewegen.

Ik ga naar een psycholoog.

Ik heb geestelijke gezondheidsklachten.

Kijk na

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.