Nellie heeft geen partner. Ze moet haar drie kinderen alleen opvoeden.
Ik moet nieuwe kleren voor mijn kinderen kopen, want ze groeien heel snel.
Volgend jaar gaan we trouwen. We willen honderd gasten voor het feest uitnodigen.
Ik weet niet zeker of de deur op slot zit. Ik zal het even controleren.
Volgende week heeft Simon een afspraak met de dokter. Hij moet die afspraak in zijn agenda noteren.