Luister naar de situatie. Beantwoord de vraag.
Quincy heeft een ongeluk gehad. Hij heeft een grote wond op zijn hoofd. Zijn partner heeft hem naar de spoedeisende hulp gebracht. Wanneer wordt hij geholpen?
Nadat mensen die eerder binnenkwamen zijn geholpen.
Nadat mensen met ergere verwondingen zijn geholpen.
Op de spoedeisende hulp wordt iedereen meteen geholpen.
Malika heeft alleen een basisverzekering. Vorige week heeft ze een controle bij de tandarts gehad. Ze heeft een rekening gekregen. Wat moet Malika doen?
Ze moet de rekening naar haar zorgverzekering sturen zodat zij de rekening zullen betalen.
Ze moet de rekening zelf betalen en daarna de kosten declareren bij haar zorgverzekering.
Ze moet de rekening zelf betalen, want de basisverzekering vergoedt kosten van de tandarts niet.
Vera heeft een zoon van 6 jaar. Haar zoon eet weinig. Hij is al drie kilo afgevallen. Wat kan ze het beste doen?
Ze kan hem laten onderzoeken in het ziekenhuis.
Ze kan maaltijden met meer vet en suiker voor hem maken.
Ze kan naar een diëtist gaan voor advies en begeleiding.
Pascal woont sinds twee weken in Nederland. Hij heeft nog geen huisarts. Wat moet hij doen?
Hij moet naar een ziekenhuis gaan om zich in te schrijven.
Hij moet wachten tot een zorgcentrum hem belt
Hij moet zich via internet inschrijven bij een huisarts.
Camila heeft vaak last van buikpijn. Wat kan ze het beste doen?
een afspraak bij de huisarts maken
naar het ziekenhuis gaan
wachten tot de pijn vanzelf overgaat
Mauro voelt zich al een paar maanden depressief. Hij praat met zijn vrienden en familie over zijn gevoelens, maar dat helpt niet. Wat kan Mauro het beste doen?
Een afspraak bij de geestelijke gezondheidszorg maken. Daar kan hij therapie krijgen.
Een afspraak bij zijn huisarts maken. De huisarts kan hem doorverwijzen naar de juiste zorg.
Een afspraak in het ziekenhuis maken. In het ziekenhuis kan hij een behandeling krijgen.
Hella heeft voor het eerst een afspraak bij een specialist in het ziekenhuis. Wat moet ze naar de afspraak meenemen?
Ze hoeft niets mee te nemen. Het ziekenhuis heeft alle informatie digitaal.
Ze moet de verwijzing van haar huisarts en haar medisch dossier meenemen.
Ze moet de verwijzing van haar huisarts en haar ID-kaart meenemen.
Claudia is twee weken geleden van haar fiets gevallen. Sindsdien heeft ze last van haar pols. Haar huisarts verwijst haar door naar het ziekenhuis om een foto te laten maken. Wat moet Claudia nu doen?
Ze hoeft niets te doen, haar huisarts maakt een afspraak voor haar.
Ze moet de verwijzing van haar huisarts naar het ziekenhuis mailen.
Ze moet het ziekenhuis bellen om een afspraak te maken.
Jamar is erg verkouden en hoest veel. Hij gaat naar de huisarts. Wat zal de huisarts waarschijnlijk doen?
een recept voor medicijnen tegen de klachten geven
een verwijzing naar een specialist in het ziekenhuis geven
vragen om terug te komen als de klachten niet overgaan
Ricardo heeft hoofdpijn. Hij wil paracetamol nemen, maar die heeft hij niet. Wat kan hij doen?
Hij kan gratis paracetamol ophalen bij de apotheek.
Hij kan paracetamol bij een drogist kopen.
Hij moet naar de huisarts gaan voor een recept.
Fabiola heeft buikpijn. Ze gaat naar de huisarts om medicijnen te vragen. Krijgt ze de medicijnen?
Ja, patiënten kunnen zelf kiezen welke medicijnen ze willen.
Misschien. Alleen als de huisarts denkt dat deze medicijnen nodig zijn.
Nee, huisartsen geven geen medicijnen tegen buikpijn.
Het is zaterdag. Dina’s zoon is van de trap gevallen. Hij heeft pijn aan zijn voet en kan niet meer goed lopen. Wat kan Dina het beste doen?
de huisartsenpost bellen voor advies
het noodnummer 112 bellen voor een ambulance
haar zoon naar de spoedeisende hulp brengen
Anas is al vier jaar niet naar de tandarts gegaan. Hij heeft geen problemen met zijn gebit. Hij twijfelt om een afspraak bij de tandarts te maken. Wat kan hij het beste doen?
Als hij geen klachten heeft, hoeft hij niet naar de tandarts te gaan.
Hij kan de tandarts bellen om te vragen of een afspraak nodig is.
Hij kan het beste elk jaar naar de tandarts gaan voor een controle.
Mia heeft een controle bij de tandarts. De tandarts onderzoekt haar gebit en maakt het schoon. Mia heeft geen problemen met haar gebit. Wat moet ze betalen?
Dat is afhankelijk van haar zorgverzekering.
Niets, een controle bij de tandarts is gratis.
Ze moet alleen betalen voor het materiaal dat de tandarts gebruikt.
Victor en Laura hebben een relatie. Laura heeft vandaag ontdekt dat ze zwanger is. Wat moeten Victor en Laura nu doen?
een afspraak maken bij een gynaecoloog
een afspraak maken bij een kraamverzorgende
een afspraak maken bij een verloskundige
Lian is vier weken geleden bevallen van een dochter. Ze heeft een uitnodiging van het consultatiebureau ontvangen. Haar partner vraagt: ‘Wat doet het consultatiebureau eigenlijk?’ Wat kan Lian het beste antwoorden?
Het consultatiebureau begeleidt vrouwen die een moeilijke zwangerschap hebben gehad.
Het consultatiebureau controleert de gezondheid en ontwikkeling van kinderen.
Het consultatiebureau doet lichamelijk onderzoek bij vrouwen na een bevalling.
Felice is nieuw in Nederland. Ze zoekt informatie over zorgverzekeringen op internet. Ze weet niet welke zorgverzekering ze moet kiezen. Ze vraagt advies aan haar buurvrouw. Wat kan haar buurvrouw het beste zeggen?
Je kan het beste helemaal geen verzekering nemen.
Je kan het beste alleen een aanvullende verzekering nemen.
Je moet in ieder geval een basisverzekering nemen.
Habtom heeft een basisverzekering en een aanvullende verzekering. Hij heeft zijn eigen risico van dit jaar al betaald. Gisteren had hij een afspraak bij de huisarts en kreeg hij medicijnen. Zijn huisgenoot vraagt: ‘Moet je voor deze medicijnen betalen?’ Wat kan Habtom het beste antwoorden?
Nee, niemand hoeft voor medicijnen van de huisarts te betalen.
Nee, want ik heb een aanvullende verzekering.
Nee, want ik heb mijn eigen risico van dit jaar al betaald.
Patricia’s broer heeft een ernstige handicap. Hij kan niet zelfstandig wonen. Wat kan Patricia voor haar broer doen?
Ze kan een indicatie voor hem aanvragen bij CIZ.
Ze kan mantelzorg voor hem aanvragen bij de gemeente.
Ze kan thuiszorg voor hem aanvragen bij een zorginstelling.
Pablo werkt op een kantoor. Hij zit de hele dag achter zijn computer, maar hij sport wel twee keer per week. Beweegt hij genoeg?
Ja, hij beweegt genoeg.
Nee, hij sport te weinig.
Nee, hij zit te veel.
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.