Draai je tablet om verder te gaan.

3 Gezondheid

De apotheek

1 Woorden oefenen

1

Lees de zin. Kies het goede antwoord.

Mevrouw Perez gaat naar de ___ om haar medicijnen op te halen.

Het ziekenhuis is makkelijk ___ met het openbaar vervoer. Er stopt een bus voor de deur.

Li heeft hoofdpijn. Hij neemt ___ zodat de pijn weggaat.

U moet dit medicijn twee keer per dag ___ met een glas water.

Gisteren had ik veel pijn, maar vandaag is de pijn ___. Ik voel niks meer.

Ik neem een medicijn tegen hoest, maar het heeft weinig ___. Ik hoest nog steeds veel.

Morgen heeft Jana een afspraak met een ___ in het ziekenhuis.

0 van de 7 goed.
Kijk na

2

Sleep de goede woorden in de zin.

Als je paracetamol neemt, zal de pijn snel verdwijnen.

Ik moet dit medicijn vier keer per dag innemen.

Via het formulier op de website kunt u zich registreren.

De huisarts moet dit medicijn op recept voorschrijven.

Als je twee weken wacht, zal de klacht vanzelf overgaan

Ik moet de administratie van onze afdeling bijhouden.

0 van de 2 goed.
Kijk na

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.