Draai je tablet om verder te gaan.

4 Onderwijs en opvoeding

De kosten van het onderwijs

1 Woorden oefenen

1

Lees de zin. Kies het goede antwoord.

Ik wil een computercursus volgen. Weet u wat de ___ zijn?

Ik weet nog niet of we morgen naar het strand gaan. Dat is ___ van het weer.

Op dit formulier moet u uw persoonlijke ___ invullen. Dat zijn uw naam, adres, geboortedatum enzovoort.

De deur gaat ___ open. Je hoeft zelf niets te doen.

Mijn vader heeft op zijn werk een goede financiële ___. Nu kan hij eerder stoppen met werken.

Lisa is jarig. We gaan samen een cadeau voor haar kopen. Wil jij tien euro ___?

Het buurtcentrum organiseert verschillende ___ voor kinderen, zoals knutselen en taarten bakken.

In de taalles heb je je werkboek en een woordenboek nodig. Dat is het ___ voor deze les.

0 van de 8 goed.
Kijk na

2

Wat hoort bij elkaar?

de laptop

de computer

de excursie

de schoolreis

het kwartaal

drie maanden

de overheid

de regering

de atlas

een boek met kaarten van landen

het inkomen

het geld dat je krijgt voor werk

Kijk na

3

Sleep de goede woorden in de zin.

Een schaar is belangrijk gereedschap voor een kapper. Die gebruikt hij elke dag.

Mag ik je rekenmachine even gebruiken? Ik weet niet hoeveel 21 x 12 is.

We hebben vandaag een sportdag op school. Je moet dus je gymkleding meenemen.

Op deze school heeft elk kind een tablet, want het lesmateriaal is digitaal.

Weet je waar de provincie Gelderland ligt? Zoek het op in de atlas.

We moeten een nieuwe koelkast aanschaffen, want onze oude koelkast is kapot.

Ik heb een e-mail van een collega ontvangen. Wil jij hem ook lezen? Zal ik hem naar je doorsturen?

De bruiloft kost veel geld. Gelukkig willen onze ouders ook geld bijdragen.

Het feest kost 25 euro per gast en er komen 100 gasten. Kun jij berekenen hoeveel geld het kost?

Ik heb 50 euro van Laura geleend. Ik zal het bedrag volgende maand aan haar terugbetalen.

0 van de 2 goed.
Kijk na

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.