We wonen in een groene omgeving. In onze buurt is een mooi park.
Ella is moeder van twee kleine kinderen. Ze vindt hun opvoeding een zware verantwoordelijkheid.
Toen ik in het ziekenhuis lag, was mijn beste vriendin een grote steun.
Tania wil volgend jaar economie studeren op de universiteit. Ze gaat vandaag naar een voorlichting.
Tobias werkt ook op mijn afdeling. We werken veel samen. Hij is mijn collega.