Saïd en Ava hebben een zoontje. Hij is twee jaar. Saïd en Ava werken allebei. Ava zorgt op maandag voor hun zoontje. Saïd doet dat op donderdag. Op dinsdag, woensdag en vrijdag gaat hun zoontje naar de kinderopvang. Hij gaat dan naar het kinderdagverblijf.
Farida heeft een dochter van drie jaar. Ze heet Ana. Farida spreekt nog niet zo goed Nederlands. Thuis spreekt ze Arabisch met haar dochter. Farida wil de taalontwikkeling van Ana stimuleren. Daarom gaat Ana twee ochtenden per week naar de voorschool.
Timothy en Vera hebben een winkel. Zij werken veel. Hun kinderen zitten op de basisschool in groep 4 en 5. Maandag is de winkel dicht en op woensdagmiddag heeft Vera vrij. Op de andere schooldagen gaan hun kinderen na school naar de buitenschoolse opvang.
Farah vangt vier dagen per week een groepje kinderen op bij haar thuis. De kinderen zijn tussen de nul en vier jaar. Ze heeft hiervoor een opleiding gevolgd. Farah is gastouder.