Lees de woorden.Kijk naar de plaatjes.Zet de woorden bij de goede plaatjes.
de broek
het jasje
de jurk
het overhemd
de rok
het T-shirt
Lees de zin.Kies het goede antwoord.
Die bruine broek is echt mooi. Kun je die eens ...?
aantrekken
uitgeven
Oké. Dan gaan we morgen samen naar de stad. ...!
Afgesproken
Het spijt me
Kijk, dat is onze docent. Hij ... altijd nette kleren.
draagt
weegt
Ik vind ... kleren niet zo leuk. Die kleur vind ik niet zo vrolijk.
grote
grijze
Die T-shirts zijn allebei mooi. Welke ... vind jij het mooist? Zwart of wit?
broer
kleur
Ik moet zo heel ver lopen. Gelukkig heb ik goede ...
schoenen.
vrienden.
Morgen gaan we verhuizen. We moeten heel veel ... in de auto meenemen.
spullen
straten
Er is deze week nog opruiming bij de C&A. Alle ... broeken zijn nu erg goedkoop.
heerlijke
nette
Het is altijd koud in dit gebouw. Je hebt een warme ... nodig.
oven
trui
Ik ga ... een paar dagen naar mijn broer. Dat vind ik erg leuk.
binnenkort
nooit
Sara heeft nieuwe kleding nodig. Ze koopt haar ... altijd bij de H&M.
broeken
eten
Wat een lelijke ... kleur heeft die trui! Ik vind rood veel mooier.
bruine
rode
Isabelle is blij met de zomer. Ze kan eindelijk weer een jurk ...
doen.
dragen.
Ja, je ... Ik heb helemaal geen nieuwe schoenen nodig.
hebt gelijk.
klopt.
We gaan ... de les samen winkelen.
na
naar
Die winkel is inderdaad erg duur. Dat is ...
helaas.
waar.
Lees de zin.Sleep het goede woord in de zin.
Hij draagt een grijze trui met een blauw overhemd.Ik hou niet van jasjes en nette broeken.Anika houdt van rood. Ze vindt het een mooie kleur.
Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.
Het huis is nog leeg. We hebben veel nieuwe spullen nodig.In de winter is het koud in Nederland. Heb je al een dikke trui?Witte T-shirts zijn niet mooi. Ze zijn wel het goedkoopst.
Op een belangrijk feest draag ik altijd nette schoenen.Dit overhemd is erg duur. Ik heb niet genoeg geld.Het is warm weer vandaag. Veel vrouwen dragen rokken.De bus is laat. We moeten lang bij de bushalte wachten.
Ik ga winkelen met mijn ouders. Ik mag van hen niet veel geld uitgeven.Nee, het feest is niet vanavond. Het is vanmiddag al!Het is inderdaad een groot huis. Dat is waar.
Ik heb twee broers en een zus.Ze houdt van winkelen. Ze koopt heel vaak nieuwe schoenen.Vanavond is het grote feest. Wat moet ik nu aantrekken?
Afgesproken. Ik betaal het eten en jij de reis.Oh, wat een lief klein meisje! Haar jurkje is ook super leuk!Ik hou niet van geel. Ik vind het geen fijne kleur.
Wat hoort bij elkaar?
lang
wachten
gelijk
hebben
geld
de zus
de broer
vanmiddag
vanavond
voor
later
bruin
geel
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.