Draai je tablet om verder te gaan.

10 Wat koop je?

Ik heb een nieuwe broek nodig

1 Woorden oefenen

1

Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de goede plaatjes.

de broek

het jasje

de jurk

het overhemd

de rok

het T-shirt

Kijk na

2

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Die bruine broek is echt mooi. Kun je die eens ...?

Oké. Dan gaan we morgen samen naar de stad. ...!

Kijk, dat is onze docent. Hij ... altijd nette kleren.

Ik vind ... kleren niet zo leuk. Die kleur vind ik niet zo vrolijk.

Die T-shirts zijn allebei mooi. Welke ... vind jij het mooist? Zwart of wit?

Ik moet zo heel ver lopen. Gelukkig heb ik goede ...

Morgen gaan we verhuizen. We moeten heel veel ... in de auto meenemen.

Er is deze week nog opruiming bij de C&A. Alle ... broeken zijn nu erg goedkoop.

0 van de 8 goed.
Kijk na

3

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Het is altijd koud in dit gebouw. Je hebt een warme ... nodig.

Ik ga ... een paar dagen naar mijn broer. Dat vind ik erg leuk.

Sara heeft nieuwe kleding nodig. Ze koopt haar ... altijd bij de H&M.

Wat een lelijke ... kleur heeft die trui! Ik vind rood veel mooier.

Isabelle is blij met de zomer. Ze kan eindelijk weer een jurk ...

Ja, je ... Ik heb helemaal geen nieuwe schoenen nodig.

We gaan ... de les samen winkelen.

Die winkel is inderdaad erg duur. Dat is ...

0 van de 8 goed.
Kijk na

4

Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.

Hij draagt een grijze trui met een blauw overhemd.
Ik hou niet van jasjes en nette broeken.
Anika houdt van rood. Ze vindt het een mooie kleur.

Kijk na

5

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Het huis is nog leeg. We hebben veel nieuwe spullen nodig.
In de winter is het koud in Nederland. Heb je al een dikke trui?
Witte T-shirts zijn niet mooi. Ze zijn wel het goedkoopst.

Kijk na

6

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Op een belangrijk feest draag ik altijd nette schoenen.
Dit overhemd is erg duur. Ik heb niet genoeg geld.
Het is warm weer vandaag. Veel vrouwen dragen rokken.
De bus is laat. We moeten lang bij de bushalte wachten.

Kijk na

7

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik ga winkelen met mijn ouders. Ik mag van hen niet veel geld uitgeven.
Nee, het feest is niet vanavond. Het is vanmiddag al!
Het is inderdaad een groot huis. Dat is waar.

Kijk na

8

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik heb twee broers en een zus.
Ze houdt van winkelen. Ze koopt heel vaak nieuwe schoenen.
Vanavond is het grote feest. Wat moet ik nu aantrekken?

Kijk na

9

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Afgesproken. Ik betaal het eten en jij de reis.
Oh, wat een lief klein meisje! Haar jurkje is ook super leuk!
Ik hou niet van geel. Ik vind het geen fijne kleur.

Kijk na

10

Wat hoort bij elkaar?

lang

wachten

gelijk

hebben

geld

uitgeven

Kijk na

11

Wat hoort bij elkaar?

de zus

de broer

vanmiddag

vanavond

voor

na

binnenkort

later

bruin

geel

Kijk na

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.