Draai je tablet om verder te gaan.

10 Wat koop je?

Wanneer krijg ik mijn geld terug?

1 Doe de taak

Een pakketje terugsturen

1

Lees de tekst.

 

Je bestelt een broek via internet. Maar de broek past niet.

Je wilt de broek terugsturen. Hoe doe je dat?

Je kijkt op de website van de winkel.

thema 10-taak 4-1-H-100%

2

Kijk naar de foto’s. Gebruik opdracht 1.

Welke zin uit opdracht 1 hoort bij de foto?

Schrijf de goede zin bij de foto.

laptop 300



terug in doos 300

2



etiket plakken 300

3



dichtplakken 300

4



pakket afgeven 300

5



3

Werk samen. Maak het gesprek af. Gebruik de informatie uit opdracht 1.

A werkt bij een webwinkel.

B is de klant. B wil een pakket terugsturen.

B belt de webwinkel.

A zegt wat B moet doen.

 

A: Goedemiddag, hoe kan ik u helpen?

B: Goedemiddag, ik wil een pakketje terugsturen.

      Wat moet ik doen?

A: Vul  .

      Leg  .

      Plak  .

      Doe  .

      Ga naar  .

      En geef  .

B: Oké, en kost dat geld?

A:  .

B: Wanneer krijg ik mijn geld terug?

A:  .

B: Oké, bedankt voor de informatie!



4

Werk samen. Lees het gesprek van opdracht 3 hardop.

A begint.

Wissel daarna van rol.

5

Lees het formulier. Vul in. Gebruik de foto.

Je koopt iets op internet.

Kijk naar de foto.

Je wilt het terugsturen.

Vul het retourformulier in.

 

gat in shirt 300

6

Werk samen. Luister haar het gesprek. Lees de zinnen hardop.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A werkt bij PostNL.
B wil een pakket terugsturen.
B gaat naar de locatie van PostNL.

Een pakketje terugsturen

A: Goedemorgen, hoe kan ik u helpen?

B: Hallo, ik wil een pakketje terugsturen.

A: Dat kan.

B: Moet ik betalen?

A: Nee, het is gratis.

B: Wanneer komt het pakket aan?

A: Over twee dagen.

      Dit is uw verzendbewijs.

      Bewaar dit goed.

B: Oké, dank u wel.

     Tot ziens.

A: Dag.

7

Werk samen. Praat samen.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A werkt bij PostNL.

B wil een pakket terugsturen.

B gaat naar de locatie van PostNL.

 

A: Hallo, hoe kan ik u helpen?

B: Hallo, ik wil ...

A: Dat kan.

B: Moet ik betalen?

A: ...

B: Wanneer komt het pakket aan?

A: Over ...

      Dit is uw verzendbewijs.

      Bewaar dit goed.

B: Oké, ...

      Tot ziens.

A: Dag.

8

Werk samen. Praat over de vragen.


1. Welke webwinkels ken je?


2. Op welke webwinkels kijk je weleens?


3. Hoe vaak koop je iets bij een webwinkel?


4. Wat koop je dan?


5. Stuur je weleens een pakje terug? Waarom?

9

Lees het bericht. Schrijf een reactie.

Je krijgt een bericht van een vriend.

Beantwoord de vragen.

Stuur naar je docent

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.