Draai je tablet om verder te gaan.

10 Wat koop je?

Mag ik het ruilen?

1 Routines oefenen

1

Luister naar de zin.
Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Je moet ... ver reizen.

Ik ben ... op tijd op school.

Wil je ruilen? Heb je ...?

Ik heb ook ... overlast van mijn buren.

Vervelend. Je kunt in dit café alleen ... betalen.

Deze uitnodiging is ... voor mijn beste vrienden.

...! Ik ben te laat!

De dokter komt ... op huisbezoek.

Mag ik ... ruilen?

0 van de 9 goed.
Kijk na

2

Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.

Ik vind deze school toch niet zo goed.
U kunt hier niet ruilen zonder bon.
De cola staat niet op de bon.

Kijk na

3

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Georgina komt speciaal voor het feest naar Maastricht.
Heb je genoeg tijd om te lezen?
Ik betaal altijd met mijn pinpas.

Kijk na

4

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Razan kan meestal wel mooie kleren vinden.
Help! Wie heeft een goede tip?
Jim heeft spijt. Hij wil zijn schoenen naar de winkel terugbrengen.

Kijk na

5

Wat hoort bij elkaar?

Mag ik

het ruilen?

Ik wil graag contant

betalen.

Hoeveel tijd heb ik

om te ruilen?

Kijk na

6

Wat hoort bij elkaar?

Dat staat niet

op de bon.

U kunt het

binnen 8 dagen ruilen.

Het product moet dan

wel helemaal nieuw zijn.

Kijk na

7

Luister naar de zin.
Lees de zin.
Kies de goede reactie.

Ga je weleens in het park fietsen?

U kunt hier betalen, mevrouw.

Tot wanneer kan ik ruilen?

Bent u niet tevreden? Dan kunt u het nog ruilen.

Heb ik de bon echt nodig?

Kan ik hier pinnen?

0 van de 6 goed.
Kijk na

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.