Luister naar de zin.
Lees de zin.
Kies het goede antwoord.
Hoelang staat u meestal ... de douche?
onder
over
Hoe vaak ... jij de was?
doe
zoek
De verwarming staat ...
laag.
leeg.
Ik was meestal ... 40 graden.
in
op
Dat ... veel geld.
kost
neemt
Dat is niet ...
handig.
verstandig.
Ik ... het verschil niet.
merk
zie
... in huis liggen kleren.
Overal
Overdag
Dat ... best goedkoper.
kan
mag
Lampen ... veel elektriciteit.
gebruiken
pakken
Ik heb ... zo veel tijd als jij.
net
nooit
Hoe kan ik geld ...?
besparen
betalen
Sleep het goede woord in de zin.
Het is lekker warm in huis. De verwarming staat hoog.
Je werkt langzaam vandaag. Dat kan best een beetje sneller.
Een nieuwe auto kost geld. Dat kunnen we nu niet betalen.
Ik heb drie kinderen, net zo veel als jij.
Je moet op het fietspad blijven. Je mag niet overal fietsen.
Hij heeft 's nachts alle lampen aan. Dat is niet zo verstandig.
Wat hoort bij elkaar?
Ik doe
de was.
Ik gebruik
gas, water en elektriciteit.
Ik sta
onder de douche.
Hij bespaart
op energie.
Zij wast
op 30 graden.
Je merkt
het verschil.
Dima koopt groente op de markt.
Ze bespaart geld.
Dima doucht maximaal 5 minuten.
Ze bespaart water.
Dima zet de verwarming laag.
Ze bespaart energie.
Dima doet de verlichting uit.
Ze bespaart elektriciteit.
Kies de goede reactie.
Ik sta elke dag een uur onder de douche.
Dat is een goed idee.
Dat is niet verstandig.
Welk product is beter?
Ik merk het verschil niet.
Volgens mij niet.
Het is zo warm binnen!
Ja, de verwarming staat hoog.
Ja, ik zit lekker droog.
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.