Draai je tablet om verder te gaan.

13 Gas, water en elektriciteit

Wanneer kunt u komen?

1 Routines oefenen

1

Luister naar de zin.

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

... jij de pizza's in de oven?

Sahar zit ... de computer.

Ik ga ... een e-mail sturen.

Mijn telefoon is ... stuk.

Dat heb ik nog ... gedaan.

Gelukkig, dat ... mee.

Ik heb je een kwartier ... gebeld.

Helaas, het ... niet.

8 van de 8 goed.
Opnieuw invullen

2

Lees de zin. Sleep het goede woord in de zin.

Mijn moeder doet de was in de wasmachine.

Te lang achter de computer zitten is niet goed voor je ogen.

Hij komt uit Nederland, maar hij spreekt geen Nederlands. Dat is gek.

Opnieuw invullen

3

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin. 

Ah, nee, hè, we zijn te laat! De trein is net weg.

Wie is zij? Ik heb haar nog nooit gezien.

Een paar jaar geleden hebben we een nieuwe auto gekocht.

Opnieuw invullen

4

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Helen is klaar met de les. Ze gaat meteen naar huis.

Het is dinsdag, maar ik zie niemand op school. Dat is vreemd.

Ik probeer het, maar het lukt niet.

Opnieuw invullen

5

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Kamal woont 6 maanden in Nederland. Hij spreekt nu al goed Nederlands!

Oh nee, mijn telefoon valt in het toilet! Wat nu?

Ik heb om 14.00 uur een afspraak, maar de bus heeft vertraging. Nou, vervelend voor je.

Opnieuw invullen

6

Luister naar de zin. Lees de zin. Kies de goede reactie.

Ah, nee, hè!

De tv doet het niet.

Ik ben mijn sleutel kwijt.

Een kaartje kost maar 3 euro.

Ik wacht al een half uur op de bus.

5 van de 5 goed.
Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.