Draai je tablet om verder te gaan.

13 Gas, water en elektriciteit

Zet de verwarming laag

1 Doe de taak

Tips geven over energie besparen

1

Lees de tekst.

 

thema 13-taak 3-1-H-100%

2

Werk samen. Schrijf de zinnen bij de foto. Gebruik opdracht 1.

Kijk naar de foto’s. Welke tip hoort bij de foto?

Zoek de tip in de tekst. Maak de zin af.

shutterstock_745269118 (1)

1 Was ...



shutterstock_121188052 (1)

2 Vul ...



13.3.2.3b-foto douchekraan met klokje

3 Douche ...



shutterstock_519476797 (1)

4 Zet ...



shutterstock_1540341722 (1)

5 Trek ...



shutterstock_744583234 (1)

6 Doe ...



3

Werk samen. Luister naar het gesprek. Lees de zinnen hardop.

A begint.

Wissel daarna van rol.

Tips geven over energie besparen

A: Ik wil besparen op energie.

     Wat kan ik doen?

B: Hoelang douche je?

A: Ongeveer 15 minuten per dag.

B: Douche korter, ongeveer vijf minuten per dag.

    En hoe hoog staat je verwarming?

A: Mijn verwarming staat op 21 graden.

B: Zet de verwarming laag, bijvoorbeeld op 19 graden.

A: Maar het is koud in mijn huis.

B: Trek dikke sokken aan of draag een warme trui.

A: Oké, ik zal het proberen. Dank je wel.

4

Werk samen. Praat samen. Gebruik opdracht 2.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A wil besparen op energie.

B geeft twee tips. Kijk bij opdracht 2.

 

A: Ik wil besparen op energie.

      Wat kan ik doen?

B: Op welke temperatuur doe je de was?

A: Ik was op 60 graden.

B: …

B: Is de wasmachine vol?

A: Nee, de wasmachine is meestal halfvol.

B: …

A: Oké, ik zal het proberen. Dank je wel.

5

Vul in.

Lees de situatie. Welke tip kun je geven? Maak de zin af.

6

Werk samen. Praat samen. Gebruik opdracht 5.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A wil besparen op energie.

B geeft tips. Gebruik opdracht 5

 

A: Ik wil besparen op energie.

      Wat kan ik doen?

      Mijn computer staat altijd aan.

B: Zet …

A: Het licht in de gang is vaak aan.

B: Doe …

A: De deur van mijn woonkamer is open.

B: Doe …

A: ’s Nachts staat mijn verwarming aan.

B: Zet ….

A: Oké, ik zal het proberen. Dank je wel.

7

Werk samen. Praat samen.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A wil besparen op energie.

B bedenkt zelf een tip.
 

Begin zo:

A: Ik wil besparen op energie.

Wat kan ik doen?

B:

8

Werk samen. Praat over de vragen.

  1. Kijk naar opdracht 2 en 5. Welke tips vind je nuttig? Waarom?
  2. Welke tips vind je niet zo nuttig? Waarom niet?
  3. Bespaar je op energie? Geef een voorbeeld.
  4. Vind je besparen op energie belangrijk? Waarom wel of niet?

9

Lees het bericht. Schrijf een reactie.

Je leest een bericht op sociale media.

Schrijf een reactie. Geef drie tips. 

Stuur naar je docent

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.