Draai je tablet om verder te gaan.

18 Naar de bibliotheek

We gaan naar de voorleesochtend

1 Doe de taak

Informatie vragen over een activiteit in de bibliotheek

1

Luister naar de tekst en lees mee.

 

Ik hoef me niet te vervelen
Emre en Johan zijn buren. Emre is op bezoek bij Johan. 

Johan

Kijk, ik heb een laptop gekocht. Mijn kleindochter heeft hem uitgekozen.

Emre

Zo, dat is een mooie laptop. Heb je hem al gebruikt?

Johan

Ja, mijn kleindochter heeft me geholpen. Maar het was niet zo ingewikkeld, hoor. We moesten alleen een paar programma’s downloaden. Nu gebruik ik hem elke dag.

Emre

Ja, we doen tegenwoordig alles online: rekeningen betalen, verzekeringen regelen, vliegtickets kopen.

Johan

Inderdaad. Maar het is niet altijd veilig. Mijn kleindochter waarschuwde me voor criminaliteit op internet. Er zijn bijvoorbeeld misdadigers die je wachtwoord willen stelen. Er zijn zoveel risico’s. Dat maakt me wel een beetje onzeker.

Emre

Dat snap ik. Ik zag laatst een cursus over veiligheid op het internet. Dat stond op de website van de bibliotheek. Misschien is dat iets voor je?

Johan

Oh, dat lijkt me wel een goed idee. Ik kom eigenlijk nooit in de bibliotheek. Moet ik dan lid worden?

Emre

Dat hoeft niet. Maar als je lid bent, krijg je soms wel korting. Ik heb al jaren een abonnement bij de bibliotheek.

Johan

En wat doe je daar dan? 

Emre

Nou, je kunt natuurlijk boeken en tijdschriften lenen. Maar de bibliotheek organiseert ook veel activiteiten. Ik ga elke donderdag met mijn zoon naar de voorleesochtend. Er zijn ook filmavonden en leesclubs. En je kunt lekker koffiedrinken in het café.

Johan

Nou, ik hoef me niet te vervelen. Ik zal aanstaande zaterdag eens kijken. Misschien kan ik me meteen voor de cursus aanmelden.

Emre

Leuk. Zal ik meegaan?

2

Werk samen. Lees de folders. Beantwoord de vragen.

Gebruik de tekst van opdracht 1.

Welke cursus wil Johan doen?
Waarom wil hij deze cursus doen?

thema 18-taak 3-2-H-100�

3

Werk samen. Luister naar het gesprek. Lees de zinnen hardop.
A begint.
Wissel daarna van rol.

Informatie vragen over activiteiten in de bibliotheek
A: Goedemorgen, bibliotheek Almere.
      Hoe kan ik u helpen?
B: Goedemorgen, ik wil de cursus 'Veilig op internet' doen.
      Maar ik wil graag wat meer informatie.
A: Natuurlijk. Wat wilt u weten?
B: Op welke dag zijn de lessen? 
A: De lessen zijn altijd op dinsdag.
      U krijgt in totaal drie lessen.
B: En hoe laat zijn de lessen?
      De lessen zijn van twee tot drie uur.
A: Moet ik iets meenemen naar de les?
B: Ja, u moet uw eigen laptop meenemen.
     U kunt ook een laptop van de bibliotheek lenen.
A: Hoeveel kost de cursus?
B: De cursus is gratis voor leden van de bibliotheek.
A: Duidelijk, bedankt voor de informatie!
B: Graag gedaan.

4

Lees de tekst. Beantwoord de vragen.
Kijk naar de activiteiten in de bibliotheek. Welke activiteit is geschikt?

1. Je hebt problemen met je computer. Je computer werkt niet meer. Welke activiteit kun je doen?



2. Je hebt een brief van de gemeente gekregen. Je begrijpt de brief niet. Welke activiteit kun je doen?



3. Je kinderen zitten op school. Ze vinden lezen moeilijk. Je wilt ze helpen, maar je Nederlands is niet zo goed. Welke activiteit kunnen je kinderen doen?



4. Je wilt meer Nederlands spreken, maar je kent niet zoveel mensen. Welke activiteit kun je doen?



5. Je wilt met een vriend afspreken. Jullie willen samen iets leuks doen. Welke activiteit kunnen jullie doen?



thema 18-taak 3-4-100%

5

Werk samen. Praat over opdracht 4.

Vergelijk jullie antwoorden.
Waar staat het antwoord in de tekst?

6

Werk samen. Praat samen. Gebruik opdracht 4.

Lees de situatie. Hoe kun je reageren?

Gebruik de informatie van opdracht 4.


1. Je praat met je buurman. Hij zegt: ‘Ik kan niet goed met de computer werken. Wat kan ik doen?’

Vertel over een activiteit in de bibliotheek.

 

2. Je praat met een vriendin. Ze vraagt: ‘Morgen is er een filmavond in de bibliotheek. Ga je mee?’

Reageer en stel een vraag over de filmavond.
 

3. Je praat met een andere cursist. Hij zegt: ‘Ik heb twee kleine kinderen. Wat kunnen we in de bibliotheek doen?’

Vertel over een activiteit voor kinderen in de bibliotheek.

 

4. Je praat met een andere cursist. Hij zegt: ‘Er is een taalcafé in de bibliotheek. Zullen we samen gaan?’

Reageer en stel een vraag over het taalcafé.
 

5. Je praat met een vriend. Hij zegt: ‘Ik ga nooit naar de bibliotheek. Wat kun je daar doen?’

Vertel over twee activiteiten in de bibliotheek.

7

Werk samen. Zoek op internet. Beantwoord de vragen.

Ga naar de website van een bibliotheek in de buurt. Zoek activiteiten die je in de bibliotheek kunt doen.

1. Welke activiteit vind je nuttig of leuk? Schrijf een activiteit op.



2. Je wilt meer informatie over deze activiteit. Wat kun je vragen? Schrijf drie vragen op. 



8

Werk samen. Praat samen. Gebruik opdracht 7.
A begint.
Wissel daarna van rol.

A werkt in de bibliotheek.
B wil meer informatie over een activiteit in de bibliotheek.
B belt de bibliotheek.
B stelt de vragen van opdracht 7.
A bedenkt de antwoorden zelf.

A begint zo: Goedemorgen, hoe kan ik u helpen?  

9

Schrijf een e-mail.


Je wilt meedoen aan een activiteit in de bibliotheek, maar je wilt meer informatie.

Stuur een e-mail naar de bibliotheek.

  • Schrijf welke activiteit je wilt doen.
  • Stel drie vragen.
Stuur naar je docent

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.