Draai je tablet om verder te gaan.

18 Naar de bibliotheek

Kom naar het taalcafé!

1 Doe de taak

Je aanmelden voor een activiteit in de bibliotheek

1

Lees de tekst.

 

thema 18-taak 4-1-H-100%

2

Beantwoord de vragen. Gebruik opdracht 1.

Je werkt bij een bibliotheek. 
Je krijgt vragen van een klant.  

Zoek de antwoorden in de tekst van opdracht 1.

1. Wat kan ik leren tijdens het spreekuur Klik & Tik?

 



2. Wanneer is het spreekuur?

 



3. Hoeveel kost het spreekuur? 

 



4. Moet ik me voor het spreekuur aanmelden?

 



3

Werk samen. Praat samen. Gebruik opdracht 2.   

A begint.
Wissel daarna van rol.
 

A werkt bij een bibliotheek.
B belt de bibliotheek.
B wil informatie over het spreekuur Klik & Tik.
B stelt de vragen van opdracht 2. 

A geeft antwoord.

 

A begint zo: Goedemorgen, hoe kan ik u helpen?

4

Werk samen. Praat samen.
A begint.
Wissel daarna van rol.

A werkt bij de bibliotheek
B wil zich aanmelden voor het spreekuur Klik & Tik.  
B belt de bibliotheek.
 

A vraagt:

  • naam
  • telefoonnummer

B stelt een vraag over:

  • de dag en tijd
  • de kosten

5

Werk samen. Praat samen.
A begint.
Wissel daarna van rol.

A werkt bij de bibliotheek.
B heeft een afspraak voor het spreekuur Klik & Tik.
B kan toch niet komen en bedenkt zelf een reden.
B belt de bibliotheek.
B maakt een nieuwe afspraak.

6

Lees de tekst.

 

thema 18-taak 4-6-H-100%

7

Beantwoord de vragen. Gebruik opdracht 6.

Je werkt bij een bibliotheek. 
Je krijgt vragen van een klant.  

Zoek de antwoorden in de tekst van opdracht 6.

1. Ik zoek een taalcoach. Ik wil graag advies. Wat kan ik doen?  

 



2. Wat kan ik doen in het taalcafé? 

 



3. Hoeveel kost het taalcafé?

 



4. Moet ik me voor het taalcafé aanmelden?

 



5. Wanneer is het taalcafé?

 



8

Werk samen. Praat samen. Gebruik opdracht 7.  

A begint.
Wissel daarna van rol.
 

A werkt bij een bibliotheek.
B belt de bibliotheek.
B wil informatie over het inloopspreekuur Taal en het taalcafé.
B stelt de vragen van opdracht 7. 

A geeft antwoord.

 

A begint zo: Goedemorgen, hoe kan ik u helpen?

9

Lees het bericht. Schrijf een reactie.

Je gaat elke week naar het taalcafé in de bibliotheek. Je krijgt een bericht van een vrijwilliger van het taalcafé.  

Beantwoord de vragen.

Je kan niet naar het taalcafé komen. Schrijf waarom. Bedenk zelf een reden.

Stuur naar je docent

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.