Draai je tablet om verder te gaan.

8 Politiek en rechtspraak

De scheiding van de machten

1 Woorden oefenen

1

Lees de zin. Kies het goede antwoord.

Mijn vader en moeder zijn niet meer samen. Hun relatie is voorbij. Ze zijn ___.

___ van het bedrijf bepaalt welke regels er zijn.

De ouders van Sam hebben veel geld. Ze zijn ___.

Op zijn stage moet Johan verschillende opdrachten ___.

Joran en Mark delen de taart. Ze krijgen allebei de helft. Dat is ___.

De Belastingdienst is een ___. Het is onderdeel van de overheid.

De nieuwe president is gekozen door de ___ van het land.

Sara wil later in de ___ werken. Ze wil belangrijke beslissingen over het land nemen.

De dief kreeg een ___. Hij moest een boete van 200 euro betalen.

Pas op, deze weg is ___. De auto’s rijden hier heel hard.

0 van de 10 goed.
Kijk na

2

Wat hoort bij elkaar?

Johan gaat op zondag naar de kerk.

Hij is christelijk.

Fatih gaat op vrijdag naar de moskee.

Hij is islamitisch.

Wing heeft een goed salaris.

Hij is rijk.

Mijn vader kan de huur niet betalen.

Hij is arm.

Olaf was getrouwd, maar nu niet meer.

Hij is gescheiden.

Kijk na

3

Sleep het goede woord in de zin.

De medewerkers hebben veel invloed op de regels in het bedrijf. Ze mogen de regels zelf maken.

Je moet je aan de wet houden. Anders kun je een boete krijgen van de politie.

Nouran en haar man zorgen samen voor hun twee kinderen.

Alcohol drinken en roken zijn niet toegestaan in dit gebouw. Het is verboden.

Mijn opa en oma  spelen een grote rol in mijn opvoeding. Ik ben vaak bij hen.

Je moet die hond met rust laten. Je moet niet naar hem toe gaan.

Wahid en zijn vrouw worden lid van de bibliotheek. Ze willen graag boeken lenen.

Johanna gaat op zondag naar de kerk om te bidden. Ze praat dan tegen God.

0 van de 2 goed.
Kijk na

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.