De landelijke politiek
Hoe zit de landelijke politiek in elkaar? En wat doet de Tweede Kamer eigenlijk? Dat leggen we je uit. De 150 leden van de Tweede Kamer beslissen, samen met de Eerste Kamer, namens ons over nieuwe wetten en plannen voor Nederland. Elke vier jaar mogen alle Nederlanders boven de 18 jaar een nieuwe Tweede Kamer kiezen. Dat doe je door op een partij te stemmen.
Na de verkiezingen mag de partij met de meeste stemmen als eerste proberen om een samenwerking op te zetten met andere partijen en zo een regering te vormen. De regering doet voorstellen voor nieuwe wetten aan de Tweede Kamer. In Nederland kunnen die wetten alléén aangenomen worden als er een meerderheid voor is in de Tweede Kamer. De Tweede Kamer heeft 150 leden, dus er moeten altijd minimaal 76 Tweede Kamerleden zijn die het met de nieuwe wet eens zijn, wil deze een meerderheid krijgen.
Het is geen enkele partij ooit gelukt om in haar eentje 76 zetels in de Tweede Kamer te krijgen en zo alle plannen uit te kunnen voeren die ze wilden. Er is dus altijd samenwerking nodig tussen partijen. Zo'n samenwerking noemen we: de coalitie. Alle partijen die wel in de Tweede Kamer zitten, maar niet bij de coalitie horen, noemen we de oppositie. De coalitiepartijen maken samen de plannen voor Nederland voor de komende vier jaar. Ze leggen die afspraken vast in een regeerakkoord en gaan op zoek naar mensen uit hun partijen die in het kabinet kunnen plaatsnemen: de ministers en staatssecretarissen. Die bedenken vervolgens de meeste nieuwe wetten in Nederland.
De Tweede Kamer bespreekt elk wetsvoorstel en kan nog wijzigingen aanbrengen als een meerderheid van de Tweede Kamer het daar mee eens is. Daarna stemmen ze over het voorstel. Krijgt het wetsvoorstel 76 of meer stemmen in de Tweede Kamer? Dan gaat het naar de Eerste Kamer en mogen zij er ook over stemmen. Pas als de meerderheid van de Eerste Kamer ook voor het voorstel heeft gestemd, wordt het een echte wet.
Naast dat de Tweede Kamer zich bezighoudt met wetgeving, kunnen Tweede Kamerleden de minister ook ter verantwoording roepen als iets niet goed is gegaan. De minister moet dan aan de Tweede Kamer komen uitleggen waarom bepaalde keuzes gemaakt zijn. De Tweede Kamer kan minister zelfs wegsturen als zij hun werk niet goed doen.