Draai je tablet om verder te gaan.

8 Politiek en rechtspraak

De gemeente

1 Woorden oefenen

1

Lees de zin. Kies het goede antwoord.

Mijn zoon moet zijn eigen kleding wassen. Dat is zijn ___.

We weten nog niet in welk restaurant we gaan eten. Dat ___ we later.

De gemeente bouwt een grote ___ met duizend nieuwe huizen.

Vasusha is onze leidinggevende. Ze is ___ voor onze afdeling.

Mijn oma is 98 jaar. Ze kan niet meer lopen. Ze heeft veel ___ nodig. 

Mariya is een ___. Het is niet veilig in haar geboorteland. Daarom woont ze nu in Nederland.

0 van de 6 goed.
Kijk na

2

Sleep het goede woord in de zin.

De docent was ziek, maar vandaag is ze weer beter. De les kan gewoon doorgaan.

Onze medewerkers mogen zelf beslissen waar ze werken: thuis of op kantoor.

De zaal is vol. We kunnen helaas niet meer mensen toelaten.

Sara heeft een pakketje ontvangen, maar ze was niet thuis. Ze kan het bij de buren ophalen.

Stefan heeft te weinig geld. Hij kan de rekening niet betalen.

Op mijn paspoort staat mijn naam, geboortedatum en een foto.

Mijn ouders hebben een besluit genomen: ze gaan naar Frankrijk verhuizen.

Normaal begint de les om 10 uur, maar vandaag begint de les op een later tijdstip.

Mijn dochter houdt van spelen in het water. Daarom gaan we vaak naar een zwembad.

In dit natuurgebied leven veel dieren. Je kunt er mooie wandelingen maken.  

0 van de 2 goed.
Kijk na

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.