Draai je tablet om verder te gaan.

6 Met de trein of met de bus?

Mag ik u wat vragen?

1 Routines oefenen

1

Luister naar de zin.

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Ik ... wel vragen.

... de snackbar?

... daar het park.

Meneer, mag ik ... wat vragen?

Dan ... de eerste straat links.

Dus de hele tijd rechtdoor. ... Dank u!

6 van de 6 goed.
Opnieuw invullen

2

Luister naar de zin.

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Waar ... eerst naartoe?

Waar ... het centrum?

Ik ... de dokter.

... niet terug?

Is de bus te laat? ... niet.

... waar die is?

Ja hoor, dat kan ik ... uitleggen.

7 van de 7 goed.
Opnieuw invullen

3

Bij de supermarkt ga je

naar links.

Onze flat staat dan

aan de rechterkant.

Je loopt rechtdoor 

tot de Etos.

Opnieuw invullen

4

Wat hoort bij elkaar?

Weet u

waar die is?

Moeten we

niet terug?

Waar wil je

eerst naartoe?

Opnieuw invullen

5

Wat hoort bij elkaar?

We zoeken

de badkamer.

De Zara zit

aan de rechterkant.

Ik ga het

wel vragen.

Opnieuw invullen

6

Wat hoort bij elkaar?

Ik begrijp wat iemand zegt.

Ik zeg: 'duidelijk'.

Ik moet even denken.

Ik zeg: 'even kijken'.

Ik ben blij met de hulp.

Ik zeg: 'bedankt'. 

Opnieuw invullen

7

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Je loopt eerst rechtdoor, tot de markt.

Bij de ingang ga je naar rechts.

Dan neem je de vierde straat links.

Opnieuw invullen

8

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Mevrouw, mag ik u wat vragen?

Ja hoor, dat kan ik makkelijk uitleggen.

Het park is tegenover ons appartement.

Opnieuw invullen

9

Luister naar de zin.

Lees de zin.

Kies de goede reactie.

Zijn we al in het centrum?

Kan ik u helpen?

Weet u waar de ABN AMRO is?

Weet u waar de kaas staat?

Waar is uw appartement?

5 van de 5 goed.
Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.