Draai je tablet om verder te gaan.

6 Met de trein of met de bus?

Slot

Slotopdracht

Doe de opdracht met de docent.

Praktijkopdracht

 

1 Ga naar een station en luister.

Welke woorden en zinnen hoor je? Wat begrijp je?

2 Ga naar een winkelstraat of een andere plek. Vraag de weg in het Nederlands.

 

Bedenk eerst:

  • Waar ga je naartoe?
  • Wanneer ga je?
  • Wat kun je zeggen en vragen?

Vul in. Wat kun je?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.