Slotopdracht
Doe de opdracht met de docent.
Praktijkopdracht
1 Ga naar een station en luister.
Welke woorden en zinnen hoor je? Wat begrijp je?
2 Ga naar een winkelstraat of een andere plek. Vraag de weg in het Nederlands.
Bedenk eerst:
Vul in. Wat kun je?
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.