Draai je tablet om verder te gaan.

7 Naar de dokter?

Wanneer heeft de dokter spreekuur?

1 Woorden oefenen

1

Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de goede plaatjes.

de huisarts

verkouden

de drogist

de koorts

de apotheek

Opnieuw invullen

2

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Ik wil naar de dokter. Ik praat eerst met de ...

Welkom bij de ... van dokter Li.

Ayman werkt te veel en slaapt niet goed. Hij heeft ...

Zaterdag en zondag is het ...

De dokter heeft van 9.00 tot 11.00 uur ...

Ik luister naar de docent. Ik schrijf de ... op.

Voor een afspraak kunt u bellen ... 8.00 en 10.00 uur.

Leon belt de gemeente. Hij wil een formulier ...

De huisarts kan me niet helpen. Ik moet naar de ...

9 van de 9 goed.
Opnieuw invullen

3

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

We maken een ... We gaan zaterdag winkelen in Den Haag.

Wilt u de assistente spreken? ... dan een 2.

Mevrouw Ponti is al een week ziek. Ze heeft snel ... nodig.

De les ... vandaag twee uur: van 10.30 tot 12.30 uur.

Het is zondag. Rania's dochter is erg ziek. Ze belt ...

Meneer Hadid kan niet naar de dokter gaan. Kan de dokter op ... komen?

Josias heeft pijn in zijn buik. Hij maakte een afspraak bij de ...

Ik kan vandaag niet naar school. Ik ... de docent: 'Ik ben ziek.'

Ik heb met ... een dokter nodig. Nu!

9 van de 9 goed.
Opnieuw invullen

4

Yara gaat naar de apotheek. Zij moet haar medicijnen ophalen.
Ik lees eerst de tekst. Dan beantwoord ik de vragen.
Het is zaterdag. Ik ga niet naar school, want het is weekend.

Opnieuw invullen

5

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik wil een vriend bellen. Ik toets het telefoonnummer in.

Het gaat niet goed. Mijn vriend en ik hebben vaak ruzie.

's Avonds bel ik de huisartsenpost bij een spoedgeval.

Opnieuw invullen

6

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Erik heeft geen huis. Hij heeft met spoed een huis nodig.

Ik ben al een week verkouden. Heel vervelend!

Ik begrijp deze zin niet. Kun je me helpen?

Opnieuw invullen

7

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

's Avonds eten we meestal tussen 18.00 en 19.00 uur.

De zomervakantie duurt zes weken.

Fabio gaat vandaag niet naar school. Hij heeft koorts.

Opnieuw invullen

8

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Barbara moet nog veel werk doen. Ze heeft stress.

Daar is mijn buurman Lex. Ik zeg 'goedemorgen' tegen Lex.

Ik heb een vraag: hoe laat vertrekt de trein naar Zwolle?

Opnieuw invullen

9

Wat hoort bij elkaar?

de apotheek

het medicijn

de huisarts

het huisbezoek

het spreekuur

de praktijk

Opnieuw invullen

10

Wat hoort bij elkaar?

een medicijn

ophalen

een huisbezoek

aanvragen

ruzie

hebben

Opnieuw invullen

11

Wat hoort bij elkaar?

de assistente

een afspraak maken

een spoedgeval

de huisartsenpost bellen

de drogist

een medicijn kopen

Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.