Luister naar de zin.Lees de zin.Kies het goede antwoord.
Waar ... de medicijnen?
staan
zitten
Op de markt is de vis ...
droger.
goedkoper.
Wilt u ...?
afrekenen
afvallen
De tandpasta ...
is klaar.
is op.
... ik pinnen?
Kan
Mag
Dit merk koffie ...
is duur.
is fijn.
Mijn laptop ..., op tafel.
ligt hier
zit hier
Gaat ...
u dan.
uw gang.
Sorry, ... u wat vragen?
mag ik
moet ik
Ik ... paracetamol.
zie
zoek
Welk merk is ...?
goedkoper
het goedkoopst
Ik ... wel even met u mee.
ga
loop
De shampoo staat ...
aan de andere kant.
aan de linkerkant.
Ik ben in de winkel. Ik ... aan de verkoopster.
heb hulp
vraag het
... meneer!
Gefeliciteerd
Graag gedaan
... naar deze kassa.
Komt u maar
Kijkt u maar
Lees de zin.Sleep het goede woord in de zin.
Ik moet naar de supermarkt, want de eieren zijn op.Heeft u veel pijn? Komt u vanmiddag maar naar het spreekuur.Ik kan de yoghurt niet vinden. Waar staat de yoghurt?
Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.
Hans moet een formulier invullen. Hij vraagt hulp aan zijn dochter.Die tomaten zijn duur. Ik koop ze niet!Wilt u afrekenen? Dat kan bij kassa 3.
Kan ik u verder nog ergens mee helpen?De snoepjes liggen hier, bij de kassa.Melk is goedkoper dan koffie.
Ik neem de goedkoopste shampoo van 1,50 euro.De cola staat daar, aan de rechterkant.Mag ik u wat vragen? Waar liggen de koekjes?
Luister naar de zin.Lees de zin.Kies de goede reactie.
Kan ik u helpen?
Ja, ik snap het.
Ja, ik zoek de suiker.
Dank u wel!
Dat is mijn probleem.
Graag gedaan.
Mag ik u wat vragen?
Natuurlijk.
Tot straks.
Mag ik je telefoon even gebruiken?
Beterschap.
Ga je gang.
Kan ik u verder nog ergens mee helpen?
Ja, doe ik.
Nee, dank u.
Sorry, waar staat de rijst?
Ik loop wel even met u mee.
Ik wil wel een plekje voor mezelf.
Dat is dan 6,75 euro.
Kan ik pinnen?
Kom binnen.
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.